Securimed derde betaler
  • Eerste tariferingsdienst van derde-betaler voor geneesheer-specialisten en tandartsen
  • Nazicht van de verzekerbaarheid van patiënten
  • Juridische bijstand in geval van vervolging door de DGEC (Dienst voor Geneeskundige Controle van het RIZIV)
  • Opvolging van betalingen door de VI

Nieuwe GVVH (mod. A of E) in derdebetaler

23/06/2016 by Dr R. BOURGUIGNON en LTH D. HATZKEVICH

a) Identificatie van de zorgverlener

Er moet worden opgemerkt dat de layout van de nieuwe modellen GVVH voor geneesheren (mod. A) of tandartsen (mod. E) identiek zijn voor de zorgverleners die hun erelonen in eigen naam ontvangen als voor hen die hun erelonen innen via een rechtspersoon (vennootschap of VZW).

Het is in elk opzicht dwingend om u te identificeren als zorgverlener als u getuigschriften gebruikt in het kader van een rechtspersoonlijkheid, evenzo wat betreft de nieuwe GVVH mod. ”A of E“, ook al bent u de enige zorgverlener (en zelfs al is het voorgedrukt RIZIVnr door SPEOS het uwe) !

Het RIZIV nr. van de persoon die de GVVH bestelt mag niet verward worden met dat van de zorgverlener die werkt te midden een structuur (vennootschap of VZW) ; deze vermelding is het gevolg van een manifeste conceptiefout bij MEDATTEST/SPEOS : het is het BCE nr. dat logischerwijs had moeten prijken op het hoofdgedeelte van de GVVH (thans komt dit BCE nr. alleen voor op het ontvangstbewijs…).

We verwijzen u dienaangaande naar ons News van 2 december 2015 : http://www.securimed.eu/nl/archives/604

b) Termijn van indiening

Wij herinneren eraan dat de termijn van indiening van GVVH — zowel in contante afrekening als in derdebetaler — twee maand bedraagt, eind van de maand : http://www.securimed.eu/nl/archives/14

Dat betekent bijvoorbeeld dat de verstrekkingen van 2 januari ten laatste op 31 maart in rekening gebracht mogen worden.

Deze termijn geldt ook voor het contante stelsel, ook al heeft de patiënt niets betaald op het moment van verzending of van uitreiking van het GVVH !

De Dienst voor controle legt tegenwoordig zware administratieve sancties op in geval van overtreding (in de grootteorde van 2.500 euro).

In het kader van een redelijke toepassing van de RIZIV reglementering worden de “kleine” vertragingen en/of vertragingen met betrekking tot kleine hoeveelheden GVVH waarschijnlijk niet geviseerd ; ook de vertragingen die onder de verantwoordelijkheid van de patiënt vallen worden niet geviseerd.

Anderzijds, het ophopen van honderde getuigschriften gedurende zes maand of meer is risicovol…

c) Vak KB en ontvangstbewijs van de nieuwe modellen getuigschriften

Dit onderwerp werd uitvoerig behandeld op onze website :

http://www.securimed.eu/nl/archives/588

http://www.securimed.eu/nl/archives/589

http://www.securimed.eu/nl/archives/593

http://www.securimed.eu/nl/archives/595

http://www.securimed.eu/nl/archives/597

Fundamenteel principe : het is onmogelijk om bedragen van één GVVH over te dragen op een ander (bijv. van het GVVH met de technische codes naar het GVVH met de raadpleging).

De nieuwe groene GVVH mod. A hebben een niet afscheurbaar ontvangstbewijs, terwijl de nieuwe witte GVVH mod. A een afscheurbaar ontvangstbewijs hebben (sic) : MEDATTEST/SPEOS lijkt een oude groene papierreserve te gebruiken voor de GVVH mod. C die niet voorzien is van perforaties (de nieuwe groene A waren er voor de nieuwe witte A…).

Vreemd genoeg dragen de nieuwe ontvangstbewijzen, indien ze het BCE nummer uitwijzen van de innende instelling (wier nummer logischerwijs zich ook had moeten bevinden in het bovenste gedeelte van het GVVH in plaats van het RIZIV nr. van de persoon die de GVVH besteld heeft…), geen getruigschriftnummer, in tegenstelling tot de oude GVVH mod. A en E ! De gevolgen van deze tekortkoming zijn vermakelijk*.

In het derdebetalersstelsel moet men het ontvangstbewijs alleen invullen als de patiënt effectief zijn RG vereffend heeft.

Het ontvangstbewijs mag afgescheurd en overhandigd worden aan de patiënt, zelfs in geval van toepassing van derdebetaler (maw, de VI zullen nooit een GVVH verwerpen zonder het aangehecht ontvangstbewijs).

Ter herinnering : http://www.securimed.eu/nl/formules/op-vraag-kan-securimed-het-totaal-van-de-remgelden-vermeld-op-uw-getuigschriften-berekenen

Men mag nooit uit het oog verliezen dat de vermeldingen in het vak KB het vaakst in overeenstemming zijn met die van het ontvangstbewijs.

Overeenstemming tussen het vak “KB” en de vermeldingen op het ontvangstbewijs in het kader van het derdebetalerstelsel :

JA -> het vaakst zal een RG aangegeven worden op het ontvangstbewijs (uitzonderingen : RG betaald via de bank of RG = 0, maar in dit laatste geval is NEEN te verkiezen)

NEEN -> het vaakst de kwijtschelding van het RG (theoretische uitzondering : de verzorging wordt aan 100% terugbetaald, vanwaar RG = 0)

Indien JA noch NEEN moet men zich behelpen met cijfers : “tussenbedrag”.

Er dient te worden opgemerkt dat de fiscus niet op de hoogte is van het statuut (RVV of GV) van uw patiënten.
____________________
* Een zorgverlener met slechte bedoelingen zou aldus voor verzorging in het jaar 2021 lege ontvangstbewijzen — en dus GVVH — van 2016 kunnen gebruiken, zonder het risico te lopen om door te fiscus te worden lastiggevallen !

No Comments »

RIZIV kreeg de taak toebedeeld om de voetgangerszone van Brussel te redden !

31/03/2016 by Dr R. BOURGUIGNON

Iedereen is inmiddels vertrouwd met de droevige kroniek* van de “reusachtige voetgangerszone” van Brussel, het geesteskind van Yvan Mayeur…

Sinds haar ontstaan op 29 juni 2015 hebben de vaste klanten van de handelszaken in het Brussels stadscentrum deze inmiddels “leegstaande en akelige” publieke ruimte de rug toegekeerd.

De gemotoriseerde klanten werden bovendien geconfronteerd met een niet te ontwarren kluwen van éénrichtingsstraatjes wier rijrichting onophoudelijk wijzigde, een onmogelijke wegbewijzering en een extreem belemmerde mini-ring.

Een dubieuze fauna afkomstig uit de Kanaalzone (grenzend aan de veelbesproken gemeente Sint-Jans-Molenbeek) heeft de plaats van de gegoede klanten ingenomen, met als gevolg de dood voor de handelszaken in de Brusselse stadskern.

Met de opvoering, eind november 2015, van het dreigingsniveau naar 4 (het maximum) zijn de allerlaatste klanten weggevlucht : enkel onbevreesde Chinese toeristen durven zich nog naar het centrum van Brussel te begeven, maar ze kantonneren (het moet gezegd…) strikt op en rondom de Grote Markt.

De doodsteek was de sluiting eind juni 2016 — in beide richtingen — van de Stefaniatunnel, gevolgd door de aanslagen van 22 maart met honderden slachtoffers in Brussel en Zaventem, en de optocht van hooligans op het Beursplein op 27 maart.

In de hoop de voetgangerszone van Brussel te redden heeft de federale regering onlangs beslist — via Beliris en toezichthouder Didier Reynders — de RIZIV diensten over te hevelen naar het ex-Rijksadministratief centrum** van Brussel-stad, gevestigd in de Anspachlaan en zopas asbestvrij gemaakt.

Te rekenen vanaf 15 april 2016 moeten alle brieven voor RIZIV verplicht naar het volgende adres verstuurd worden :

RIZIV
Anspachlaan 6
1000 Brussel

Zelfs de dienst voor geneeskundige controle — de DGEC — is verhuisd naar de hem toegewezen lokalen nabij het Rijksadministatief centrum, net boven het casino Viage***.

Op de oude lokatie in de Tervurenlaan is alleen nog maar de concierge overgebleven met de opdracht de post in ontvangst te nemen die per vergissing naar het oud adres van het RIZIV verstuurd werd.

De federale regering hoopt dat de toestroom van ambtenaren en zorgverleners die zich naar de diverse commissies van het RIZIV begeven zal bijdragen om het centrum van Brussel te laten heropleven.

Het is aanbevolen om zijn voertuig in een P&R parking achter te laten en geen gebruik te maken van de metro omwille van het risico op een aanslag (het actuele dreigingsniveau staat op 3).

Tijdens een interview met de krant Le Soir heeft Yvan Mayeur (PS) verklaard : “Ik heb het RIZIV niet nodig om van mijn (sic) voetgangerszone een succesverhaal te maken !”.

Terwijl L. Onkelinx — ex-minister (PS) van sociale zaken 2007-2014 — zich als volgt heeft uitgelaten : “U ziet wat deze coalitie MR-N-VA ons gebracht heeft ! Vlaamse functionarissen zullen het centrum van Brussel inpalmen ! Als ik bedenk dat wij zopas alles asbestvrij gemaakt hebben : Laat Vlaanderen de kosten ervoor dragen !”
___________________
* Meer informatie over dit onderwerp op de website piétonier de Bruxelles
** Ook wel “Muntcentrum”
*** Kwatongen beweren dat de beslissingen van de DGEC sowieso een kansspel evenaren…

No Comments »

Een enorme “bug” in de software van Medattest

02/12/2015 by Dr R. BOURGUIGNON

Het is amper te geloven : alle nieuwe getuigschriften A en E afgeleverd door Medattest aan vennootschappen vertonen een grote “tekortkoming”.

Tijdens de bestelling vraagt de site Medattest aan de persoon die de GVVH bestelt om zich te identificeren via zijn persoonlijk RIZIV nummer ; men vraagt zich trouwens af hoe men kan bestellen zonder RIZIV nr (zaakvoerders van poliklinieken ) ?

Het is pas verderop dat men de keuze moet maken tussen natuurlijk persoon of vennootschap, maar het kwaad is al geschied : Medattest drukt op alle GVVH voor vennootschappen het persoonlijk RIZIV nummer van de zorgverlener die de bestelling geplaatst heeft !

Bij gebrek aan een KBO nr op het eigenlijk GVVH (het prijkt nochtans op het ontvangstbewijs…) vindt men in de plaats daarvan het RIZIV nr. van de persoon die de bestelling geplaatst heeft, en bijgevolg meent menig zorgverlener — vooral in EBVBA — dat het overbodig is geworden om zich via zijn stempel te identificeren.

Men kan zich inmiddels de problemen voorstellen inzake RIZIV profielen…

In het geval van een vennootschap met 40 geneesheren zullen de VI alle verstrekkingen ingeven onder het unieke RIZIV nummer dat op de GVVH prijkt, met als bonus de eventuele onverenigbaarheden tussen verstrekkingscodes en bekwaamheidscodes !

No Comments »

P Waarden 2de editie : het administratief dossier

27/11/2015 by admin

Zoals geweten is heeft Michel DEVRIESE beslist om bij wijze van koninklijk besluit het kleinerend systeem van P-waarden herin te voeren dat bestemd is om de beroepsinkomsten van tandartsen te beperken (zie dienaangaande ons News van 12 juni 2015 met als titel De P waarden zijn terug… of de verplichting voor elke tandarts om uitgebreid verlof te nemen !

In het kader van het tweede appel bij de Raad van State hebben wij inzage in de documenten met betrekking tot deze zaak, en die anders vertrouwelijk zouden gebleven zijn.

Men ziet er hoe DEVRIESE poogt om systematisch het plafond van P-waarden naar beneden te schroeven…

Gezien haar omvang is dit bestand in ZIP formaat.

Administratief dossier

No Comments »

Laat de Huisartsen uw patiënten niet inpikken !

25/11/2015 by admin

Sinds 1 juli 2015 — en zeker sinds 1 oktober — is derdebetaler verplicht voor raadplegingen en technische ingrepen door een huisarts bij patiënten met het RVV statuut.

Uit hoofde van Tariferingsdienst voorbehouden voor geneesheren-specialisten en tandartsen draagt Securimed Uw belangen hoog in het vaandel : een quasi gratis raadpleging zou sommige patiënten met lage inkomsten ertoe kunnen verleiden om een huisarts te raadplegen.

De geneesheer-specialist kan het derdebetaler stelsel toepassen voor zijn raadpleging in de volgende gevallen :

a) RVV patiënt (KT1 eindigend op het cijfer “1″) ;

b) GV patiënt maar in aanmerking komend voor de uitzonderingsmaatregel (bijv. chronisch zieke) ;

c) de patiënt verklaart geen middelen te hebben om in contanten zijn raadpleging te betalen : in dit geval volstaat het om de verklaring ad hoc aan het getuigschrift te hechten :

Verklaring FNS geneesheer.pdf

Wij herinneren eraan dat alle technische handelingen van een geneesheer-specialist in derdebetaler ingevoerd mogen worden.

No Comments »

Securimed creëert het eerste discussie forum betreffende de dienst voor geneeskundige controle van het RIZIV

20/11/2015 by admin

Vandaag 20 november huldigt Securimed het eerste discussie forum betreffende de dienst voor geneeskundige controle van het RIZIV in.

Deze dienst met de afkorting “DGEC” wat staat voor “dienst voor geneeskundige evaluatie en controle” omhult zich graag in mysterie.

Men moet er wel bij zeggen dat de wet van hem verlangt discreet te zijn…

Dit forum heeft tot doel u te helpen tijdens elke stap van het onderzoek, en vervolgens bij de administratieve procedure van jurisdictionele aard.

Het is zeer aangewezen om bijgestaan te worden tijdens deze twee fasen van een “RIZIV controle”.

Gezien voorkomen beter is dan genezen hebben wij een sectie van het forum gewijd aan het begrijpen van de Nomenclatuur van de Geneeskundige verstrekkingen (NPS).

Het forum is toegankelijk via het adres : http://www.securimed.support/

Securimed maakt deel uit van de groepering van economische belangen in de gezondheidszorg (GEBGZ).

No Comments »

Vervolgd door de DGEC ? Kom er over praten tijdens een lekkere lunch…

12/11/2015 by Dr R. BOURGUIGNON

Uw patiënten verwittigen U dat ze verhoord werden door de DGEC ? U maakt het onderwerp uit van een DGEC controle ? U hebt reeds een Pro-Justitia in de bus gekregen ? U bevindt zich al middenin een procedure bij de administratieve rechtscolleges van het RIZIV ?

Kom er over praten tijdens een lekkere lunch, ’s zaterdags klokslag twaalf !

Wij ontvangen U zonder verplichtingen, tezamen met Uw levensgezel, in een gezellige en ontspannen sfeer in de Zuidlaan 25 te 1000 Brussel.

Reservering ten laatste op de voorafgaande donderdag vóór 16 uur via het nummer 02/513.49.35

De vergadering zal geanimeerd worden door dokter Bourguignon en meerdere zorgverleners kunnen eraan deelnemen voor zover ze toebehoren aan de zelfde beroepscategorie ; de duurtijd bedraagt ongeveer anderhalf uur.

Deze uitnodiging richt zich ook tot zorgverleners die reeds bijgestaan werden door Securimed !

No Comments »

Herattestering : alle cliënten van Securimed vrijgesproken !

31/10/2015 by Dr R. BOURGUIGNON

Wij hebben destijds gezegd dat deze zaak slecht opgezet was en de administratieve rechtscolleges van het RIZIV hebben ons gelijk gegeven door alle cliënten van Securimed vrij te spreken.

Niettegenstaande zijn verwoede pogingen werd de theorie van de DGEC niet weerhouden…

Het handelt zich hier om een historische nederlaag, want :

- 998 tandartsen hadden een aangetekend schrijven ontvangen dat hen onder “monitoring” plaatste ;

- de herattesteringsgraad is gedaald naar onder de 10% voor 801 onder hen ;

- 197 tandartsen bleven een herattesteringsgraad van meer dan 10% uitwijzen ;

Zoals voorzien in het informatief schrijven heeft de DGEC een dossier geopend ten aanzien van 197 tandartsen met een herattesteringsgraad van meer dan 10%.

Eén dossier werd ingetrokken omdat een ander dossier betreffende overconsumptie van conserverende zorgen reeds lopende was voor deze tandarts.

Voor de 196 overblijvende tandartsen heeft de DGEC ;

- een verwittiging gestuurd naar 22 tandartsen met een ten onrechte uitbetaald bedrag aan overconsumptie gelijk aan of minder dan 100 € ;

- een Pro Justitia met een UVT* overgemaakt aan 174 tandartsen voor wie het ten onrechte uitbetaald bedrag meer dan 100 € bedroeg.
________________
* Uitnodiging tot vrijwillige terugbetaling

No Comments »

Afschaffing van de OIFNS in de tandheelkunde (KB 23/9/2015)

29/09/2015 by Dr R. BOURGUIGNON

Zoals lang voorzien schaft het KB van 18 september 2015 (KB 23/9/2015) definitief de OIFNS af (”financiële noodsituatie”), maar schept het andere categorieën patiënten met recht op derde betaler.

Men moet dus doen alsof de formaliteit van “het papiertje” niet meer bestaat… en de patiënten aanmoedigen om het statuut RVV of derde betaler alle verstrekkingen te bemachtigen (zie hieronder).

Situatie met ingang van 1/10/2015 :

A. DERDE-BETALER TOEGELATEN (ZONDER FORMALITEITEN) NAARGELANG DE VERSTREKKINGEN VOOR ALLE PATIËNTEN

- prothesen

- parodontologie

- stomatologie

- orthodontie

B. DERDE BETALER TOEGELATEN (ZONDER FORMALITEITEN) NAARGELANG DE PATIËNTEN VOOR ALLE VERSTREKKINGEN

- RVV (CT1 xx1)

- kinderen tot 18 jaar

- GV volwassenen : een hele reeks situaties* (patiënt chronisch ziek, werklozen, enz.) naargelang de raadpleging van de fiche MyCareNet (”Toepassing derde betaler toegelaten”).

- patiënten die afhangen van het OCMW, FEDASIL, enz.

Wij herinneren u eraan dat u het statuut van uw patiënt kan raadplegen via onze dienst AVAP :http://www.securimed.eu/nl/formules/bijstand-bij-de-controle-over-de-verzekerbaarheid-van-uw-patienten

Het is ook duidelijk dat men de sociale patiënten moet aansporen om zich naar hun ziekenfonds te begeven om het RVV-OMNIO statuut te bekomen of “Derde betaler alle verstrekkingen” (deze laatsten zijn dus GV !).
_____________________
* Het is niet de situatie zelf die onderzocht moet worden, maar alleen of de GV patiënt rechthebbende is op derde betaler alle verstrekkingen.

No Comments »

KB van 18 september 2015 (BS 23/9/2015)

24/09/2015 by admin
NL FR

einde

Publicatie : 2015-09-23
Numac : 2015022338

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

18 SEPTEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 53, § 1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, betreffende de derdebetalersregeling

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 53, § 1, dertiende lid, veertiende lid, 1° en negentiende lid, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juli 2015 houdende diverse bepalingen in zake gezondheid;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 53, § 1, negende lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
Gelet op het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
Gelet op het voorstel van de nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen van 2 maart 2015;
Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, gegeven op 27 mei 2015;
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gegeven op 1 juni 2015;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 19 juni 2015;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 9 juli 2015;
Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikels 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op het advies 58.038/2/V van de Raad van State, gegeven op 14 september 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder “gecoördineerde wet van 14 juli 1994″, de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
Art. 2. De derdebetalersregeling wordt toegepast op het vlak van de verzekeringsinstelling, behoudens indien de verzekeringsinstelling hiertoe uitdrukkelijk mandaat verleent aan haar verbonden of gewestelijke diensten.
HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor toepassing derdebetalersregeling
Art. 3. § 1. De toepassing van de derdebetalersregeling wordt afhankelijk gemaakt van de verificatie van de identiteit van de rechthebbende op het ogenblik van de verstrekking.
Inzake de verstrekkingen verleend door een algemeen geneeskundige aan een rechthebbende waarvan hij het globaal medisch dossier beheert, wordt gevolg gegeven aan de verplichting bedoeld in het vorig lid door de verificatie van de identiteit van de rechthebbende op het ogenblik van opening of verlenging van het globaal medisch dossier.
§ 2. Wanneer de gegevens, in toepassing van artikel 53, § 1, tweede lid van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, via een elektronisch netwerk worden overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen overeenkomstig artikel 9bis van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, gebeurt de verificatie van de identiteit door de elektronische lezing van de geldige Belgische elektronische identiteitskaart, van de geldige elektronische vreemdelingenkaart, van een geldig elektronisch verblijfsdocument, die gelden als bewijs van inschrijving in de bevolkingsregisters, van een geldige ISI+-kaart, beoogd in artikel 2 van de wet van 29 januari 2014 houdende bepalingen inzake de sociale identiteitskaart en de ISI+-kaart, van een nog geldige sociale identiteitskaart, of van het identificatienummer van de sociale zekerheid met een vignet met streepjescode waarvan het model wordt vastgelegd bij verordening bedoeld in artikel 22, 11° van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
Het identificatienummer van de sociale zekerheid bedoeld in het vorige lid mag slechts worden gebruikt in de gevallen dat de rechthebbende niet aanwezig is tijdens de verstrekking en de gelijktijdige aanwezigheid van de rechthebbende en de zorgverlener niet reglementair wordt vereist, of in de gevallen van overmacht.
De verplichting bedoeld in huidige paragraaf ontstaat voor elke categorie van zorgverleners op de datum, vastgesteld door de Koning, waarop, voor de betrokken categorie van zorgverleners, de elektronische lezing bedoeld in het eerste lid toepasbaar is.
§ 3. Wanneer de documenten, in toepassing van artikel 53, § 1, vijfde lid van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, niet worden overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen via een elektronisch netwerk, gebeurt de verificatie van de identiteit van de rechthebbende door de voorlegging aan de zorgverlener van de documenten bedoeld in paragraaf 2.
Het vorig lid is ook toepasselijk voor een categorie van zorgverleners wanneer de gegevens, in toepassing van artikel 53, § 1, tweede lid van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, via een elektronisch netwerk worden overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen, maar de elektronische lezing bedoeld in § 2, eerste lid nog niet toepasbaar werd verklaard door de Koning voor de betrokken categorie van zorgverleners.
In afwijking van paragraaf 1, is de verificatie van de identiteit niet vereist, indien de documenten niet worden overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen via een elektronisch netwerk, wanneer een vertrouwensrelatie vastgesteld is tussen de rechthebbende en de individuele zorgverlener of indien de identiteit van de rechthebbende wordt vastgesteld aan de hand van het identificatienummer van de sociale zekerheid vermeld op het vignet met streepjescode in de gevallen bedoeld in § 2, tweede lid.
§ 4. Een geldig attest van sociaal verzekerde kan gebruikt worden in de gevallen zoals bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 februari 2014 tot uitvoering van de wet van 29 januari 2014 houdende bepalingen inzake de sociale identiteitskaart en de ISI+-kaart.
HOOFDSTUK III. - Betaling
Art. 4. § 1. In geval de zorgverlener de gegevens, overeenkomstig artikel 53, § 1, tweede lid van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, overmaakt aan de verzekeringsinstellingen via een elektronisch netwerk, geschiedt de betaling binnen de twee weken te rekenen van de ontvangst door de verzekeringsinstelling van de gegevens.
Voor de zorgverleners die de facturatiegegevens overmaken aan de verzekeringsinstellingen via magnetische drager en voor de verplegingsinrichtingen en de laboratoria voor klinische biologie, geschiedt de betaling binnen de twee maanden na het einde van de maand tijdens dewelke de stukken die nodig zijn voor de facturering door de verzekeringsinstelling werden ontvangen. Hetzelfde geldt voor de zorgverlener die de documenten, overeenkomstig artikel 53, § 1, vijfde lid van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, nog niet overmaakt aan de verzekeringsinstellingen via een elektronisch netwerk en de facturatiegegevens ook niet overmaakt aan de verzekeringsinstellingen via magnetische drager, met uitzondering voor de algemeen geneeskundige waarvoor de betaling geschiedt binnen de dertig dagen volgend op de dag waarop de stukken door de verzekeringsinstelling werden ontvangen.
Elke overeenkomsten- of akkoordencommissie kan, voor de betrokken categorie van zorgverleners, een andere, kortere, betaaltermijn vaststellen.
§ 2. Bij laattijdige betaling is de verzekeringsinstelling op eenvoudig verzoek een verwijlintrest verschuldigd ten belope van de wettelijke intrestvoet in burgerlijke zaken op de datum waarop de betaaltermijn verstreek.
Deze verwijlintresten lopen vanaf de eerste dag na het verstrijken van de betaaltermijn.
Deze verwijlintresten worden geboekt op de administratiekosten van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut als de vertraging toe te schrijven is aan het laattijdig of onvoldoende overmaken van de maandelijkse voorschotten bedoeld in artikel 202 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
HOOFDSTUK IV. - Betalingsverplichtingen
bij raadpleging verzekerbaarheidsgegevens rechthebbende
Art. 5. Het leveren van het elektronisch bewijs van het gebruik van een elektronisch netwerk overeenkomstig een methodologie vastgesteld door het Beheerscomité van het eHealth-platform en de toepassing van de derdebetalersregeling in het kader van een elektronische facturering zoals bedoeld in artikel 53, § 1, tweede lid van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, overeenkomstig de verzekerbaarheidsgegevens en, voor wat betreft een algemeen geneeskundige, overeenkomstig de tarieven, verkregen door middel van de raadpleging van het voormelde netwerk, geldt als betalingsverplichting door de verzekeringsinstelling van het gedeelte dat niet ten laste valt van de sociaal verzekerde.
Deze betalingsverplichting geldt voor de volledige duur van de kalendermaand waarin het netwerk werd geraadpleegd. Nochtans kan de overeenkomsten- of akkoordencommissie voor elke betrokken categorie van zorgverleners een andere termijn vaststellen.
Het in het eerste lid vermelde elektronisch bewijs kan worden vervangen door een ander bewijs, in de gevallen waar het elektronisch bewijs niet kan worden geleverd. Het Verzekeringscomité bepaalt de gevallen nader waarin een ander dan elektronisch bewijs kan worden toegelaten en stelt de modaliteiten van dit bewijs vast.
De zorgverleners zijn ertoe gehouden om voor deze raadpleging van het elektronisch netwerk de rechthebbende te identificeren op de wijze zoals bepaald in artikel 3.
De zorgverleners mogen, na zich te hebben gelegitimeerd, door middel van het elektronisch netwerk, slechts de verzekerbaarheidsgegevens van de rechthebbende raadplegen in zoverre deze raadpleging noodzakelijk is voor de vervulling van hun verplichtingen in het raam van de derdebetalersregeling. De zorgverleners kunnen, onder hun verantwoordelijkheid en volgens de modaliteiten omschreven door het Verzekeringscomité, aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon volmacht geven om deze raadpleging in hun naam en voor hun rekening te doen.
HOOFDSTUK V. - Geneeskundige verstrekkingen
waarvoor toepassing derdebetalersregeling verplicht is
Art. 6. Het toepassen van de derdebetalersregeling is verplicht voor het betalen van:
a) de verzekeringstegemoetkoming in de verpleegdagprijs en de hiermee gelijkgestelde verstrekkingen;
b) de verzekeringstegemoetkoming in de kosten van alle geneeskundige verstrekkingen die verleend worden tijdens een hospitalisatie;
c) de verzekeringstegemoetkoming in de kosten van de verstrekkingen 450192 en 450214 in het kader van de georganiseerde mammografische borstkankerscreening zoals bedoeld in artikel 17, § 1, 1° bis van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
Art. 7. De toepassing van de derdebetalersregeling is verplicht voor het betalen van de verzekeringstegemoetkoming in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen die verleend worden door algemeen geneeskundigen aan de rechthebbenden beoogd in artikel 37, § 19 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
Het eerste lid is niet van toepassing:
1° voor het betalen van de verzekeringstegemoetkoming in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen opgenomen op de lijst in bijlage van dit besluit;
2° in geval een verstrekking wordt verleend tijdens een bezoek opgenomen op de lijst in bijlage van dit besluit.
HOOFDSTUK VI. - Geneeskundige verstrekkingen waarvoor
toepassing derdebetalersregeling verplicht is op vraag van rechthebbende
Art. 8. De toepassing van de derdebetalersregeling is verplicht indien de rechthebbende uitdrukkelijk verzoekt om de toepassing van die regeling voor het betalen van de verzekeringstegemoetkoming in de kosten van de verstrekkingen vermeld onder de nummers 102771, 102395 en 102852 in artikel 2 van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1984.
HOOFDSTUK VII. - Geneeskundige verstrekkingen
waarvoor toepassing derdebetalersregeling mogelijk is
Art. 9. De derdebetalersregeling kan, onder de modaliteiten zoals die zijn vastgesteld bij de in titel III, hoofdstuk V van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 bedoelde akkoorden en overeenkomsten, of bij gebrek aan dergelijke akkoorden of overeenkomsten, bij bijzonder contract tussen een door de verzekeringsinstellingen aangeduid gemeenschappelijk secretariaat en de persoon die de geneeskundige verstrekkingen verricht, steeds worden toegepast voor de verzekeringstegemoetkoming in de kost van alle geneeskundige verstrekkingen.
In afwijking van het eerste lid, is het toepassen van de derdebetalersregeling, onder voorbehoud van artikel 6, 7 en 8, verboden voor de betaling van de verzekeringstegemoetkoming:
1° in de kosten van alle geneeskundige verstrekkingen bedoeld in hoofdstuk II van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1984;
2° in de overeenkomstig de bepalingen van artikel 50 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 vastgestelde reiskosten;
3° in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen vermeld onder de nummers 0401-301011 en 0404-301033 in artikel 5, § 2 van de bijlage bij het vorenbedoelde koninklijk besluit van 14 september 1984;
4° in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen, vermeld onder de codenummers die zijn opgenomen in de rubriek “PREVENTIEVE BEHANDELINGEN” in artikel 5, § 2 van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1984;
5° in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen, verleend aan niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden en vermeld onder de titel “Conserverende verzorging” in artikel 5, § 2 van de bijlage bij bovengenoemd koninklijk besluit van 14 september 1984;
6° in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen, verleend aan niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden en vermeld onder de titel “Radiografieën” in artikel 5, § 2 van de bijlage bij bovengenoemd koninklijk besluit van 14 september 1984.
De bepalingen van het tweede lid zijn evenwel niet van toepassing wanneer deze geneeskundige verstrekkingen verleend werden:
1° in het kader van een akkoord bedoeld in artikel 52 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994;
2° in centra voor geestelijke gezondheidszorg, centra voor gezinsplanning en sexuele voorlichting en centra voor opvang van toxicomanen;
3° in inrichtingen gespecialiseerd in het verzorgen van kinderen, bejaarden of mindervaliden;
4° aan rechthebbenden die tijdens de behandeling overlijden of zich in comateuze toestand bevinden;
5° aan de rechthebbenden die zich in een occasionele individuele financiële noodsituatie bevinden, behoudens in geval van geneeskundige verstrekkingen vermeld in artikel 5, § 2 van de bijlage bij het vorenbedoelde koninklijk besluit van 14 september 1984;
6° aan de rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994;
7° aan gerechtigden en aan de personen te hunnen laste die, omdat het jaarlijks bruto belastbaar gezinsinkomen niet hoger is dan het bedrag bedoeld in artikel 14 § 1, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, vrijgesteld zijn van bijdrageplicht overeenkomstig artikel 134 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
8° aan de rechthebbenden die voor het toepassen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecontroleerde werklozen zijn, die sedert ten minste zes maanden de hoedanigheid hebben van volledig werkloze als bedoeld in de reglementering betreffende de werkloosheid en in de zin van laatstgenoemde reglementering de hoedanigheid hebben van werknemer met gezinslast of van alleenstaande, alsmede de personen die te hunnen laste zijn;
9° aan de rechthebbenden die voldoen aan de medisch-sociale voorwaarden om recht te geven op de verhoogde kinderbijslag overeenkomstig artikel 47 van de algemene kinderbijslagwet van 19 december 1939 en van de personen die te hunnen laste zijn;
10° aan de rechthebbenden op het statuut chronische aandoening, bedoeld in artikel 37vicies/1 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994;
11° aan palliatieve thuispatiënten in de zin van het koninklijk besluit van 2 december 1999 tot vaststelling van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor geneesmiddelen, verzorgingsmateriaal en hulpmiddelen voor palliatieve thuispatiënten, bedoeld in artikel 34, 14°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
De toepassing van de derdebetalersregeling is evenmin verboden voor de verstrekkingen 109045, 109060 en 109082.
De toepassing van de derdebetalersregeling is evenmin verboden wanneer de verstrekkingen worden geleverd in het kader van een georganiseerde wachtdienst zoals bedoeld in artikel 28 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen of van een huisartsenwachtdienst georganiseerd overeenkomstig afdeling II van Hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de opdrachten verleend aan huisartsenkringen.
HOOFDSTUK VIII. - Kwijting of ereloonnota
Art. 10. Behoudens indien in het nationaal akkoord tandheelkundigen-ziekenfondsen andere modaliteiten zijn vastgesteld, is de tandheelkundige die de derdebetalersregeling toepast ertoe gehouden op het ogenblik van de raadpleging of van de verstrekking of, indien het getuigschrift betrekking heeft op verschillende verstrekkingen, ten laatste op het ogenblik dat hij het getuigschrift voor verstrekte hulp opstelt voor de verzekeringsinstelling, aan de rechthebbende een kwijting of ereloonnota af te leveren met vermelding van het bedrag dat ten laste dient te worden genomen door de patiënt en van het bedrag dat ten laste dient te worden genomen door de verzekeringsinstelling.
Deze kwijting of ereloonnota moet de verstrekkingen vermelden met verwijzing naar het nummer van de nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen, bedoeld in artikel 35 van de voornoemde gecoördineerde wet evenals de datum waarop de verstrekking werd verleend.
De tandheelkundige dient een dubbel van de kwijting of ereloonnota te bewaren in het dossier van de rechthebbende.
Het Verzekeringscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging kan, na advies van de nationale commissie tandheelkundigen-ziekenfondsen, een verplicht model van kwijting of ereloonnota opstellen.
HOOFDSTUK IX. - Voorwaarden tot individueel
verbod op toepassing derdebetalersregeling
Art. 11. § 1. De Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, of de door hem aangewezen ambtenaar, kan, middels een ter post aangetekend schrijven, een verbod opleggen tot toepassing van de derdebetalersregeling zoals bedoeld in hoofdstuk VII:
1) in geval van een definitieve strafrechtelijke veroordeling, die verband houdt met onregelmatigheden ten laste van de ziekte- en invaliditeitsverzekering;
2) in geval van een definitieve beslissing tot schorsing van het recht om de geneeskunst uit te oefenen van ten minste 15 dagen, uitgesproken door de bevoegde raad van de Orde der geneesheren, verband houdend met een ongeoorloofde verdeling van erelonen of overconsumptie.
§ 2. De Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle of de door hem aangewezen ambtenaar, en de Kamer van Eerste Aanleg ingesteld bij de voormelde Dienst kunnen een verbod opleggen tot toepassing van de derdebetalersregeling zoals bedoeld in hoofdstuk VII als begeleidende maatregel in de gevallen waarin zij in toepassing van respectievelijk artikel 143 en 144 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 kennisnemen van de inbreuken bedoeld in artikel 73bis van de voormelde wet.
HOOFDSTUK X. - Opheffingsbepalingen
Art. 12. Het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 53, § 1, 9e lid van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 december 2013, wordt opgeheven.
Art. 13. Artikel 159bis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 5 juni 2008 en 26 februari 2014, wordt opgeheven.
HOOFDSTUK XI. - Inwerkingtreding
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2015.
Voor de verpleegkundigen treedt artikel 4 § 1, eerste lid evenwel in werking op 1 oktober 2016. Tot en met 30 september 2016 geldt voor de verpleegkundigen de betaaltermijn voorzien in artikel 4 § 1, tweede lid.
Art. 15. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 18 september 2015.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. M. DE BLOCK

Bijlage aan het koninklijk besluit van 18 september 2015 tot uitvoering van artikel 53, § 1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, betreffende de derdebetalersregeling

103110 Bezoek door een huisarts op basis van verworven rechten
104510 Bezoek afgelegd tussen 18 en 21 uur door een huisarts op basis van verworven rechten
104532 Bezoek afgelegd tussen 21 en 8 uur door een huisarts op basis van verworven rechten
104554 Bezoek afgelegd zaterdags, zondags of op een feestdag tussen 8 en 21 uur door een huisarts op basis van verworven rechten
103213 Bezoek door een huisarts op basis van verworven rechten, naar aanleiding van eenzelfde reis voor twee rechthebbenden
103235 Bezoek door een huisarts op basis van verworven rechten, naar aanleiding van eenzelfde reis voor meer dan twee rechthebbenden
104635 Toeslag voor een bezoek naar aanleiding van eenzelfde reis voor meerdere patiënten door de huisarts op basis van verworven rechten (103213, 103235) wanneer het bezoek tussen 18 en 21 uur wordt afgelegd
104613 Toeslag voor een bezoek naar aanleiding van eenzelfde reis voor meerdere patiënten door de huisarts op basis van verworven rechten (103213, 103235) wanneer het bezoek tussen 21 en 8 uur wordt afgelegd
104591 Toeslag voor een bezoek naar aanleiding van eenzelfde reis voor meerdere patiënten door een huisarts op basis van verworven rechten (103213, 103235) wanneer het bezoek zaterdags, zondags of op een feestdag tussen 8 en 21 uur wordt afgelegd
103132 Bezoek door de huisarts
104215 Bezoek afgelegd tussen 18 en 21 uur door de huisarts
104230 Bezoek afgelegd tussen 21 en 8 uur door de huisarts
104252 Bezoek afgelegd zaterdags, zondags of op een feestdag, tussen 8 en 21 uur, door de huisarts
103412 Bezoek naar aanleiding van eenzelfde reis voor twee rechthebbenden door de huisarts
103434 Bezoek naar aanleiding van eenzelfde reis voor meer dan twee rechthebbenden door de huisarts
104333 Toeslag voor een bezoek naar aanleiding van eenzelfde reis voor meerdere patiënten door een huisarts (103412, 103434) wanneer het bezoek tussen 18 en 21 uur wordt afgelegd
104311 Toeslag voor een bezoek naar aanleiding van eenzelfde reis voor meerdere patiënten door een huisarts (103412, 103434) wanneer het bezoek tussen 21 en 8 uur wordt afgelegd
104296 Toeslag voor een bezoek naar aanleiding van eenzelfde reis voor meerdere patiënten door een huisarts (103412, 103434) wanneer het bezoek zaterdags, zondags of op een feestdag tussen 8 en 21 uur wordt afgelegd

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 18 september 2015 tot uitvoering van artikel 53, § 1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, betreffende de derdebetalersregeling.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. M. DE BLOCK

begin

Publicatie : 2015-09-23
Numac : 2015022338

No Comments »

« Previous Entries