Securimed derde betaler
  • Eerste tariferingsdienst van derde-betaler voor geneesheer-specialisten en tandartsen
  • Nazicht van de verzekerbaarheid van patiënten
  • Juridische bijstand in geval van vervolging door de DGEC (Dienst voor Geneeskundige Controle van het RIZIV)
  • Opvolging van betalingen door de VI

Opsporing van neonatale doofheid en RIZIV terugbetaling

27/02/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

VRAAG :

Geachte Collega,

Sinds 2006, realisatie van opgewekte OAE (Oto Akoestische Emissies – systematische neonatale opsporing) met vergoeding gevraagd aan de ouders (buiten RIZIV) door de dienst pediatrische materniteit om de personeelskosten te dekken.

Indien risicofactoren (bijgevoegde lijst) wordt het kind door de NKO onderzocht om een OAE te realiseren en/of registratie van opgewekte auditieve potentialen (bij voorkeur AEP om al doende een centrale hypoacousie uit te sluiten).

OAE Code 258296

AEP Code 257795 (volwassene)

AEP Code 258613 (pasgeborene)

De AEP en de OAE mogen niet door de NKO uitgevoerd worden bij de systematische opsporing van neonatale doofheid.

De code 258613 (neonatale OAE) preciseert dat dit onderzoek alleen in rekening gebracht mag worden als de onderzoeken (255076-255080 – Gedragsaudiometrie met verslag, met exploratie van op zijn minst drie frekwentiezones bij een kind, jonger dan 6 jaar) een pathologisch resultaat opgaf.

U zal begrijpen dat dit onderzoek onrealistisch is in de gangbare praktijk voor een baby van enkele dagen oud. Het ziekenfonds Partena heeft de terugbetaling van code 258613 geweigerd wegens het ontbreken van tarifering van de code 255076.

Mag ik u vragen om de volgende tariferingskwesties te verduidelijken :

1/ indien normaal OAE in de materniteit en risicokind (lijst) vervolgens onderzoek door NKO zonder de realisatie van gedragsaudiometrie :

Mag men alleen OAE tariferen (code 258296-258300)

Mag men AEP tariferen (Code 257795 (volwassene))

Mag men OAE tariferen (Code 258296-258300) en AEP (Code 257795 (volwassene))

Mag men AEP tariferen (Code 258613 (pasgeborene)) als de gedragsaudiometrie niet gerealiseerd kon worden.

2/ idem indien abnormaal OAE in de materniteit :

Wat voor bijkomend onderzoek mag men uitvoeren en tariferen ?

Ik dank u alvast om mij te willen antwoorden op deze vragen.

Met collegiale groeten.

ANTWOORD :

Het is juist dat het RIZIV systematische opsporingen van neonatale doofheid via opgewekte oto akoestische emissies niet terugbetaald (« screening »).

Deze opsporing lijkt ten laste genomen te worden – tenminste gedeeltelijk – door de Franse gemeenschap van België, terwijl bepaalde ziekenfondsen het gezinsaandeel terugbetalen…

Als deze test positief uitvalt wordt de pasgeborene naar de NKO doorverwezen en mag de verstrekking 258296-258300 aangerekend worden daar men zich hier niet meer in het kader van opsporing situeert, maar wel degelijk in dat van de oppuntstelling van een risicogeval.

« K.B. 2.9.1992 » (in werking 1.11.1992)
 » 258296 258300 Onderzoek van de cochleaire werking door registratie van de spontane en/of opgewekte oto-emissies K 30

De verstrekking nr. 258296 – 258300 mag niet worden aangerekend in geval van systematische screening. »

Wat verstrekking 258613 – 258624 betreft, zijn toepassingsregel vordert dat eerst verstrekking 255076 – 255080 uitgevoerd moet worden en dat deze daarenboven een pathologie moet hebben uitgewezen :

« K.B. 30.1.1986 » (in werking 1.7.1986)
 » 258613 258624 Hersenpotentialen opgewekt door auditieve stimulatie en/of elektrocochleografisch onderzoek, met protocol en uittreksel van de tracé’s, uitgevoerd bij de pasgeborene K 75

De verstrekking 258613 – 258624 mag slechts worden aangerekend indien de verstrekking 255076 – 255080 is uitgevoerd en een pathologisch resultaat heeft gegeven.

De verstrekking 257795 – 257806 en de verstrekking 258613 – 258624 mogen niet worden aangerekend in geval van systematische screening van de pasgeborenen in het raam van de opsporing van neonatale doofheid. »

« K.B. 2.9.1992 » (in werking 1.11.1992)
 » 255076 255080 Gedragsaudiometrie met verslag, met exploratie van op zijn minst drie frekwentiezones bij een kind, jonger dan zes jaar K 20

Voor de verstrekking 255076 – 255080 is een voorschrift waarin het pathologisch risico op doofheid wordt gespecifieerd nodig van de geneesheer die verantwoordelijk is voor het kind. »

« K.B. 2.9.1992 » (in werking 1.11.1992) + « K.B. 6.3.2007 » (in werking 1.5.2007)
« De verstrekkingen 255010 – 255021, 255032 – 255043, 255054 – 255065 en 255076 – 255080 zijn onderling niet cumuleerbaar. »

Als de verstrekking 255076 – 255080 onmogelijk uitgevoerd kan worden, dan mag de verstrekking 258613 – 25864 niet aangerekend worden…

Anders gezegd, een hypoacousie van centrale oorsprong zal niet kenbaar gemaakt mogen worden door de opname van hersenpotentialen opgewekt door auditieve stimulatie, tenminste niet op kosten van het RIZIV.

No Comments »

Zich als geneesheer deconventioneren ? Jazeker !

26/02/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

VRAAG

Dag Dr Bourguignon,

Ik vertelde u verleden week over de steeds grotere moeilijkheden om als partieel gedeconventioneerde erelonen te hanteren die de patiënt respecteren.

En dus overweeg ik om volledig te deconventioneren : buiten het verlies van de RIZIV voordelen (optie gewaarborgd inkomen), zou dit mij toestaan om mijn erelonen voor raadpleging uit te breiden zonder de vrees voor een RIZIV controle en zonder mij te moeten « verantwoorden » bij patiënten die mijn tarieven met achterdocht bejegenen.

In dat geval, zou u mij kunnen bevestigen dat het mogelijk blijft om de technische handelingen aan de ziekenfondsen te blijven factureren (derde betaler) via Securimed ?

Bestaat de kans dat deze optie zou verdwijnen in de toekomst, waardoor het, gezien de zeer moeilijke globale socio-economische conjunctuur in Henegouwen, voorzichtiger zou zijn om partieel gedeconventioneerd te blijven ?

Dank u voor uw aandacht,

Met vriendelijke groeten

ANTWOORD :

U hebt volledig gelijk als u stelt dat deconventioneren u zal toelaten om uw erelonen beter te moduleren, zonder het minste risico.

Een gedeconventioneerde geneesheer* geniet van exact dezelfde rechten voor de toepassing van derdebetalers als de niet geconventioneerde, inbegrepen de raadplegingen bij RVV-OMNIO, OIFNS, en andere titularissen van uitzonderingsmaatregelen.

Hij dient alleen het NIC te verwittigen dat hij zich ertoe verbindt de tarieven van de Z.I.V. na te leven voor alle verstrekkingen die gedekt zijn door de regeling van de betalende derde, onder dezelfde voorwaarden als de geconventioneerde artsen.

Securimed zal alle nodige handelingen uitvoeren ten aanzien van het NIC.

U hoeft zeker niet een beperking van derde betalers te vrezen : eerder het omgekeerde is waar.

Anderzijds, het is zeer goed mogelijk dat de geneesheer die niet de moeite gedaan zal hebben om zich in 2013 te deconventioneren gedoemd zal zijn om voor de rest van zijn loopbaan geconventioneerd te blijven : zie ons News van 20 februari 2013 : Opgelet deconventioneer u zo spoedig mogelijk !

De uiterste datum om zich te deconventioneren is 13 maart 2013.
____________
* hetzelfde geldt niet voor de tandartsen

No Comments »

Vraag betreffende derdebetalers (vervolg 3)

23/02/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

Het komt steeds vaker voor dat patiënten pas op het einde van de raadpleging zeggen dat ze niet de middelen hebben om in contanten af te rekenen voor de raadpleging alleen al !

Ik heb goed de link van uw site herlezen en ik blijf met een vraag zitten : tot op heden vermeldde ik geen bedrag in cijfers in het vak K.B… daar ik meen mij te kunnen herinneren dat ter wille van discretie en om commentaar vanwege de ziekenfondsen te vermijden u van oordeel bent dat het te verkiezen is om JA of NEE te schrijven.

Maar in het geval dat men JA schrijft had ik onthouden dat het ontvangstbewijs tot op de cent moet overeenkomen met het RIZIV bedrag.

Ik overweeg dus om in de toekomst dit bedrag duidelijk aan te geven – in cijfers dus – in het vak KB, wat een hoger rond bedrag is dan het RIZIV tarief gezien ik gedeconventioneerd ben !

Los van het feit dat elkeen bij de ziekenfondsen mijn tarieven zal kennen, is dit beter (voor de patiënt) en naar de zin van de wet (partiële deconventie) ?

Dank u voor uw aandacht,

Met vriendelijke groeten

ANTWOORD :

Zoals aangegeven op onze site behelst het vak K.B. 15.07.2002 enkel het remgeld (RG), met uitzondering van elk ander gegeven.

Oorspronkelijk – tijdens de jaren ’90 – was het voorzien dat de geneesheer het volledig bedrag van de RG overeenkomstig de NGV codes die op het GVVH voorkomen en effectief betaald werden zou vermelden.

Het zijn de toenmalige geneeskundige syndicaten die hebben kunnen bekomen dat de geneesheer JA of NEE zou mogen schrijven om afstompende rekenkundige handelingen te vermijden (de geneesheren weten natuurlijk hoeveel de patiënt in totaal betaald heeft, maar men moest nog van het totaal de waarde van alleen het RG « extraheren » en dat bovendien per GVVH als de geneesheer de raadpleging in contanten en de technische handelingen via derdebetalers factureerde…).

JA betekent dus : « Ik heb het RG in zijn volledigheid ontvangen », terwijl NEE wil zeggen : « Ik heb het RG volledig opgegeven ».

Deze vermeldingen zijn enkel van toepassing op de NGV codes die op een zelfde GVVH voorkomen.

In geval dat het werkelijk ontvangen bedrag ten titel van RG zich tussen nul en het theoretisch bedrag bevindt, is men ertoe genoopt cijfers te gebruiken.

Een hoger bedrag aanbrengen in het KB vak dan het totaal van de werkelijk geïnde RG kan bijgevolg alleen tot onnodige misverstanden leiden.

Het ontvangstbewijs van de GVVH model A en E (natuurlijk persoon) betreft op haar beurt alleen de betalingen in contanten : in het derdebetalersregime volstaat het bijgevolg om enkel het remgeld (RG) aan te geven voor zover het ontvangen werd. Inderdaad, de betalingen door de VI gebeuren altijd via de bank, dwz in giraal geld.

Het vak « K.B. 15.07.2002 » moet dus noodzakelijkerwijs in overeenstemming zijn met de vermelding op het ontvangstbewijs : als de zorgverstrekker « JA » aangeeft, dient hij het bedrag van het RG vermelden ; anderzijds, als niet het minste RG ontvangen werd vermeld de zorgverstrekker « NEE » en hoeft hij het ontvangstbewijs niet in te vullen.

De getuigschriften model C, D en F (inning door een rechtspersoon) hebben geen ontvangstbewijs, het probleem stelt zich dus niet.
______________
* De onnvolmaaktheid van dit systeem wordt duidelijk als de geneesheer het GVVH met zijn ereloonstaat met de post naar zijn patiënt stuurt (de afgifte van het GVVH is inderdaad verplicht binnen een termijn van twee maand te rekenen vanaf het einde van de maand van de verstrekking…).

Op het ogenblik dat de geneesheer het GVVH opstelt heeft de patiënt nog niets betaald… en niets garandeert dat hij ook zal betalen : wat moet er geschreven worden ?

Vervolgens, als de patiënt daadwerkelijk zijn ereloonstaat vereffend heeft, zou de geneesheer die uit voorzichtigheid NEE geschreven heeft, zijn GVVH moeten recupereren om deze vermelding te veranderen !

Het lijkt of in dit specifiek geval – het opsturen van GVVH met de post – de vermelding JA/NEE de wil weergeeft om het RG te ontvangen, meer dan de eigenlijke inning…

Er dient te worden opgemerkt dat de VGVVH mod. D die de poliklinieken gebruiken van kolommen voorzien zijn voor de diverse bedragen : terugbetaling ZIV, RG en het totaal met uitzondering van de vermelding JA/NEE.

No Comments »

Vragen betreffende derdebetaler (vervolg 2) en de niet terugbetaalde handelingen

23/02/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

VRAAG :

Goedendag,

Ik richt mij tot u gezien de talrijke mails die ik las… en de nieuwe eisen : opmerkingen van patiënten (gestimuleerd door hun ziekenfondsen).

1) Als ik voor mijn patiënt dure technische handelingen factureer in derdebetaler en hem het getuigschrift geef met alleen de code 102535, moet ik dan deze 102535 aan het RIZIV tarief factureren, of mag ik als niet geconventioneerde altijd het supplement aanrekenen dat ik gewoonlijk toepas ?

2) In de hypothese dat een supplement op de code 102535 verboden zou zijn op de raadpleging als er technische handelingen gefactureerd werden in derdebetalers, hoe moet men dan te werk gaan voor niet terugbetaalde RIZIV onderzoeken ?

Voorbeeld : OCT beeldvorming van de macula

Dit onderzoek wordt niet terugbetaald door het RIZIV, de syndicaten hebben een prijs van 75 euro per onderzoek gegeven (het apparaat is 100.000 euro waard) … deze 75 euro zijn onmogelijk toe te passen in mijn regio en ik factureer het onderzoek aan 15 euro (de kliniek vraagt er 20…).

Dit niet terugbetaald onderzoek is trouwens verplicht opdat de patiënt zou kunnen genieten van een terugbetaling van de behandeling van de LMD* met Lucentis®… (1200 euro voor Novartis bij elke inspuiting… 50 euro ereloon voor de handeling… alles is nog niet verloren voor iedereen)… wat blijft er te doen dan ?

Dank u

ANTWOORD :

Eerste vraag

De niet geconventioneerde geneesheer verbindt zich jegens het NIC om de ZIV tarieven na te leven voor alle verstrekkingen die door derdebetalers gedekt worden in dezelfde uitvoerigheid als de geconventioneerde geneesheren.

Van zodra de raadpleging 102535 in contanten ingevoerd wordt, is de beschikking van hierboven niet van toepassing.

Tweede vraag

Uw vraag betreft, op een meer algemene manier, alle door het RIZIV niet terugbetaalde handelingen of producten.

De geneesheer die de gewoonte heeft om Nomenclatuurcodes te attesteren is vaak ontredderd als hij een verstrekking uitvoert die niet terugbetaald wordt, of als hij materiaal gebruikt/levert (ander dan staaltjes…) in de privé praktijk.

Des te meer omdat het de ziekenhuizen zijn die de diverse producten (implantaten, catheters, enz) via het RIZIVnr van de ziekenhuisapotheker attesteren of hun toevlucht nemen tot pseudocodes om deze prestaties of producten te attesteren die niet in de Nomenclatuur voorkomen (voorbeeld : klein hechtingsmateriaal).

In werkelijkheid is er geen enkele wettelijke, reglementaire of deontologische beschikking die deze praktijk verbiedt zolang ze maar beantwoordt aan een geneeskundige werkelijkheid en dat de vraagprijs niet buitensporig is.

De geneeskundige Deontologische code (art. 71 en 78) legt de geneesheer gematigdheid op in de vaststelling van zijn erelonen :

Art. 71

De geneesheer moet gematigd en bescheiden zijn bij het vaststellen van het ereloon betreffende zijn prestaties. Binnen deze perken mag hij rekening houden met de belangrijkheid van de geleverde prestaties, de economische toestand van de patiënt, zijn eigen faam en de eventuele bijzondere omstandigheden. Hij weigert niet aan de zieke of diens vertegenwoordigers uitleg te verstrekken omtrent het bedrag van het ereloon betreffende zijn prestaties.

Art. 78

Het vragen van honoraria die merkelijk te hoog liggen duidt op een gebrek aan eerlijkheid en bescheidenheid en kan, onverminderd de bevoegdheid van de provinciale raden om uitspraak te doen over ereloonbetwistingen, aanleiding geven tot tuchtmaatregelen.

Deze verbintenis tot gematigdheid mag geenszins verward worden met een verplichting om enkel handelingen aan te rekenen die tekstueel opgenomen zijn in de NGV (of assimileerbaar aan deze handelingen).

Het volstaat om te kijken naar de tandimplantaten in titanium die geplaatst worden door de stomatologen om zich hiervan te vergewissen : op enkele zeer schaarse uitzonderingen na, wordt noch de handeling noch het implantaat terugbetaald door het RIZIV.

Niettemin, de puristen zullen u meedelen dat steeds een GVVH – wat een gemengd RIZIV/fiscaal document is – moet overhandigd worden aan de patiënt .

De verstrekkingen of de producten waarvoor geen enkele Nomenclatuurcode bestaat worden in dit geval gewoon aangeduid door… hun beschrijving.
________________
* Leeftijdsgebonden maculadegeneratie

No Comments »

Vraag betreffende derdebetalers (vervolg)

21/02/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

VRAAG :

Goeiendag,

Ik ben ook [een geneesheer] « gedeeltelijk » gedeconventioneerd voor de activiteit in mijn praktijk.

Een vraag komt steeds vaker voor uit hoofde van mijn patiënten : ze vragen mij om het ontvangen bedrag in het daartoe voorziene vak te schrijven, terwijl ik altijd de gewoonte had om NEEN te schrijven.

Het schijnt dat dit hen zou benadelen op gebied van terugbetaling van de raadpleging, bepaalde ziekenfondsen betalen namelijk de volledigheid van het RIZIV bedrag terug voor kinderen…

Ik vermeld nochtans het bedrag op het ontvangstbewijs dat ik afscheur en aan de patiënt meegeef.

Kan u mij hierover opklaren ?

ANTWOORD :

Deze problematiek wordt in detail behandeld op onze website, zie ook : http://www.securimed.eu/nl/derde-betaler/in-praktijk

Het spreekt voor zich dat indien de patiënt recht heeft op terugbetaling van zijn daadwerkelijk betaalde remgelden (« JA ») omdat het zijn MAF overschreden heeft, het gewoonweg attesteren van « NEEN » hem benadeelt.

Anderzijds, de finaliteit van het (fiscaal) ontvangstbewijs is een ander dan die van het vak « K.B. 15.7.2002 » (sociaal).

Betreffende de kinderen, bepaalde technische verstrekkingen worden beter terugbetaald onder de 7 jaar, maar dat heeft niets te maken met de vermelding in het vak « K.B. 15.7.2002 » : de patiënt in kwestie heeft ongetwijfeld zijn MAF overschreden en wenst dat zijn RG terugbetaald worden…

Het fenomeen dat u aansnijdt toont tot welk punt de economische crisis de gevoeligheid van de bevolking sensibiliseert voor eerder miskende sociale mechanismen.

No Comments »

« Privé » gynaecologen, bevallingen en verbod op ereloonsupplementen

20/02/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

VRAAG :

Geachte Dr Bourguignon,

Sinds de verplichting om conventie erelonen toe te passen in alle kamers met uitzondering van de individuele, stellen talrijke gynaecologen zich vragen. Inderdaad, mogen privé gynaecologen die hun patiëntes zullen verlossen (gepersonaliseerde rappel) een gepersonaliseerd verstrekkingsereloon vragen voor het tegemoet komen aan een « bijzondere eis » van de patiënte ?

Dit ereloon zou gevraagd worden onder de vorm van een pseudocode via de centrale facturatie van het ziekenhuis EN er zou voorafgaand een « consent form » getekend worden door de patiënte, haar de keuze latend tussen een bevalling door de wacht (conventietarief) of om te kiezen voor een rappel door haar gynaecoloog (gepersonaliseerd verstrekkingsereloon).

De verlossingscode geeft geen recht op eender welke urgentiecode als hij uitgevoerd wordt tussen 21u en 7u of tijdens de feestdagen.

Zou deze pseudocode 24/24 gefactureerd mogen worden, of enkel ‘s nachts en tijdens de feestdagen ?

Als de wet het zo wil dat er geen enkel gepersonaliseerd ereloonsupplement gevraagd mag worden, impliceert dit ipso facto, enerzijds dat Mevrouw de Minister beslist heeft om een geneeskunde van twee snelheden in gang te zetten (individuele kamer versus de andere), en anderzijds dat de verzekeringen van de ziekenfondsen zich zullen moeten « aanpassen » aan de toegestane supplementen in individuele kamers, want het spreekt voor zich dat wij ons sterk zullen maken om de patiëntes te informeren over de noodzaak om te beschikken over « voldoende » verzekeringsdekking om het verschil in conventie erelonen en de zogezegde vrije erelonen in een individuele kamer te dekken. Dit lijkt mij grondig fout…

ANTWOORD :

De wet van 27 december 2012 met daarin de diverse beschikkingen inzake toegankelijkheid tot de gezondheidszorg voorziet in artikel 26 :

Art. 26. Artikel 152 van dezelfde wet [betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008] wordt vervangen als volgt :
« Art. 152. § 1. Dit artikel is van toepassing op gehospitaliseerde patiënten, met inbegrip van patiënten opgenomen in daghospitalisatie voor de verstrekkingen omschreven door de Koning na advies van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen.
De minister kan vragen dat de Commissie binnen een maand een advies formuleert. Indien dat advies niet binnen de gewenste termijn is geformuleerd of indien de minister er niet mee kan instemmen, kan hij zijn eigen voorstel aan de Commissie voorleggen. De Commissie geeft dan binnen een maand advies over dat voorstel. Dat advies wordt beschouwd te zijn gegeven indien het advies niet binnen die termijn is geformuleerd.
§ 2. Enkel voor de opname in een individuele kamer mogen ziekenhuisgeneesheren tarieven aanrekenen die afwijken van de verbintenistarieven indien een in artikel 50 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, bedoeld akkoord van kracht is of tarieven die afwijken van de tarieven die als grondslag dienen voor de berekening van de verzekeringstegemoetkoming indien er geen bedoeld akkoord van kracht is. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder supplementen, de tarieven die ervan afwijken.

De vraag die men zich moet stellen is of de « tarieven van het [medico-mutualistisch] akkoord » – in de wet gehanteerde termen – overeenkomen met de tarieven gepubliceerd door het RIZIV.

Inderdaad, punt 8.3.3 van het NAGZ 2013-2014 somt een limitatieve lijst op van gevallen (« strikt gedefinieerd ») die « bijzondere eisen van de rechthebbende » ten aanzien van de geneesheer specialist uitmaken.

Anderzijds, punt 8.4 van hetzelfde akkoord voorziet dat het tarief niet van toepassing is op « leden van een huishouden wier « jaarlijks belastbare inkomens » hoger zijn dan :

– hetzij 66.708,97 euro per huishouden, verhoogd met 2.222,83 euro per persoon ten laste, als er een enkele titularis is ;

– hetzij 44.472,16 euro per titularis, verhoogd met 2.222,83 euro per persoon ten laste, als er meerdere titularissen zijn. »

Stelt een patiënte, die na hospitalisatie in een tweepersoonskamer, eist om te bevallen bij een bepaalde geneesheer – of het nu gaat om de privé gynaecoloog die de zwangerschap opvolgt en die het recht heeft om verlossingen uit te voeren in een ziekenhuis of een welbepaald staflid van dat ziekenhuis – een bijzondere eis in de zin van het NAGZ 2013-2014, en dus van de wet of niet ?

Punt 8.3.3.3 van het NAGZ 2013-2014 verplicht ons om negatief te antwoorden op deze vraag : dit punt beoogt inderdaad enkel ambulante patiënten, en dat op om het even welke dag of uur dat de verstrekkingen plaats vinden.

Anderzijds, als de patiënte – afzonderlijk beschouwd of in haar huishouden – een « belastbaar inkomen » heeft dat hoger ligt dan beoogd onder punt 8.4 van het NAGZ 2013-2014, kan het « tarief van het akkoord » volgens ons niet toegepast worden, juist omwille van de beschikkingen die erin voorkomen.

Met « belastbare inkomsten » begrijpe men de bruto inkomsten verminderd met alleen de professionele uitgaven (buiten belastingen, bedrijfsvoorheffing, voorafbetalingen, enz… maar met in acht name van de sociale lasten) : deze belastbare inkomsten zijn niet te verwarren met het « netto ».

Men kan bijgevolg de gynaecoloog aanbevelen om aan de toekomstige parturiënte die aan deze criteria voldoet* een verklaring te laten ondertekenen volgens welke haar jaarlijks belastbaar inkomen hoger ligt dan de plafonds beoogd in het NAGZ 2013-2014**.

Dit gezegd zijnde, zou het wettig zijn om een « gepersonaliseerd verstrekkingsereloon » te attesteren ?

In verband met de hospitalisatie, met zekerheid niet, want de wet verbiedt dat uitdrukkelijk… en nog minder onder de vorm van een pseudocode opgenomen in de globale hospitalisatienota.

Maar onder de dekmantel van het colloque singulier zijn bepaalde afspraken waarschijnlijk wel mogelijk, steeds niet uit het oog latend dat talrijke toekomstige parturiëntes over een aanvullende verzekering beschikken, die op het einde van de rit de rekening zou kunnen willen zien…
______________
* En wie, vanzelfsprekend, niet een individuele kamer vraagt omwille van persoonlijke overwegingen…
** We zijn hier getuige van een buitengewone zienswijze van de redacteurs van het NAGZ : wie kent – a fortiori op voorhand – zijn « jaarlijks belastbaar inkomen » en wie kent de plafonds die geviseerd worden onder punt 8.4 van het NAGZ 2013-2014… berekend tot op de tweede decimaal ?

No Comments »

Vraag betreffende derdebetalers

20/02/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

VRAAG :

Goeiendag,

Mag men als partieel gedeconventioneerde voor het merendeel van de handelingen derdebetalers toepassen en wat overblijft kontant afrekenen ?

ANTWOORD :

Het Koninklijk Besluit van 19 augustus 1992 voorzag dat per activiteitencentrum (lees : per praktijk) de geneesheer kiest voor kontante afrekening of derdebetalers, en dit om de patiënt tariefaire zekerheid te bieden.

Dit KB is er gekomen op een ogenblik dat enkel de geconventioneerde geneesheren gemachtigd waren om derdebetalers toe te passen, en toen de intellectuele handelingen niet via derdebetalers mochten worden ingediend.

Sindsdien werd het derdebetalers stelsel open gesteld voor niet-geconventioneerde geneesheren (op vraag van hun syndicaten), alsook, ten titel van uitzondering, voor de intellectuele handelingen, met dien gevolge dat het huidig juridisch kader niet helemaal duidelijk is.

Wat we moeten onthouden is dat noch de VI, noch het RIZIV er een probleem van maken als derdebetalers « à la carte » wordt toegepast.

Het is echter in het belang van de geneesheer om RDB zo breed mogelijk toe te passen, want zo kan de patiënt zijn « cashgeld » besteden aan het betalen van het RG…

No Comments »

Opgelet : deconventioneer u zo spoedig mogelijk !

20/02/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

Zoals men weet heeft de regering Di Rupo met veel tromgeroffel de nationalisatie van de geneeskunde in gang gezet… De officiële reden bestaat uit de bescherming van de koopkracht van de bevolking, zoals het bijvoorbeeld het geval was met de bevriezing van de energieprijzen.

Maar het eigenlijke doel is de kiezer af te leiden van de separatistische sirenes die bijzonder actief loeien in 2014, het jaar van alle gevaar.

En dan is er nog een noemenswaardig verschil : het is de Overheid die de gezondheidszorgen bekostigt !

De Federale overheid – die volgens sommigen ten dode opgeschreven is – tracht zodoende zich populair* te maken, maar ook om « federaliserende » mechanismen in gang te zetten, die tegengesteld inwerken op de « centrifugale krachten » die het land in 2014 dreigen te verscheuren.

En men moet wel toegeven dat een gedisciplineerd en vooral « geüniformeerd » medisch corps een belangrijk argument is in het voordeel van het behoud van een Eenheidsstaat.

Dit betekent natuurlijk niet dat de geneesheer een nietszeggende, goed betaalde ambtenaar zal worden, maar net het tegenovergestelde – en volgens de nieuwe terminologie – een « medewerker van de Ziekte- en Invaliditeitsverzekering », vastgepind door opgelegde tarieven.

Het project waar we heel recent kennis van genomen hebben is niet meer dan het logisch gevolg van het verbod op ereloonsupplementen in het ziekenhuismilieu : men heeft het zomaar eventjes over het niet meer toelaten aan geneesheren om zich te deconventioneren.

Aldus zullen de geconventioneerde geneesheren per 1 januari 2014 geconventioneerd blijven gedurende hun hele verdere loopbaan ; hetzelfde zal gelden voor de nieuw afgestudeerden, die ervoor gekend staan de conventie niet te verwerpen***.

Enkel de niet geconventioneerde geneesheer op 1 januari 2014 zal ten titel van de allerheiligste « verworven rechten », vrij blijven om zijn erelonen zelf te bepalen : het is echter duidelijk dat in de loop der jaren het aantal van deze « vrije geneesheren » enkel zal afnemen.

Waarom deze uitzondering die ons herinnert aan de « ik-opa-clausule » van de Europese richtlijn op spaartegoeden ?

De regering lijkt beducht te zijn voor een vernietiging van de wet door het Grondwettelijk hof, of voor een te hevige reactie van de geneesheren : de historische staking van 1964 heeft duidelijk zijn sporen nagelaten !

In de visie van de regering wordt de huisarts een soort van « gezondheidsofficier », gelast met ambulante basisverzorging****, die instaat voor het bijhouden van de geneeskundige dossiers GMD en dienstdoend als verbindingsagent tussen de verschillende actoren van gezondheidszorgen (via de Zorgtrajecten, LMN, enz).

We merken hierbij op dat het zich hier meer handelt om een administratieve taak ten dienste van de Overheid dan een verzorgende ten dienste van de patiënt.

De geneesheer specialist heeft op zijn beurt – nog steeds volgens de regering – alleen nog maar een ziekenhuis rol te spelen.

Deze « ziekenhuis rol » betreft niet alleen de gehospitaliseerde patiënten in de zin van de wet, maar ook alle handelingen uitgevoerd – steeds vaker gedwongen – in het ziekenhuismilieu, wat sterk verschillend is.

Wat kan er nog bestaan tussen een gezondheidsofficier en het almachtig ziekenhuis met uitzondering van extramurale kindergeneeskunde en gynaecologie ?

Wat kan de BVAS tegen een wet ondernemen ? Niets tenzij dan te trachten om geen gezichtsverlies te leiden : we hebben het goed kunnen zien met de ereloonsupplementen in het ziekenhuis…

Er dient te worden opgemerkt dat de niet geconventioneerde geneesheer, voortaan genaamd « vrije » geneesheer altijd RDB zal kunnen toepassen, want dit past in de langetermijnvisie van de regering.

Men zal zich afvragen wat in deze visie op de organisatie van de gezondheidszorg het aandeel is van de verzekeringsinstellingen, met name één van de weinige authentieke Belgo-Belgische zwaargewichten ?

Ze zijn overheersend, want in tegenstelling tot wat sommigen geloven – of zelfs verhopen -, de ziekenfondsen zullen versterkt uit deze nationalisatie van de geneeskunde tevoorschijn komen : hoe meer verplichtingen hen worden opgelegd, hoe meer stof er is om controle over te houden.

En het is goed geweten wie de geneesheren controleert…

De uiterste datum om zich te deconventioneren is 13 maart 2013 : een verwittigd geneesheer is er twee waard.
_________________
* op de rug, het is waar, van een deel van het geneeskundig corps…
** afgaand op een typisch Belgische techniek zal de noodlottige datum waarschijnlijk uitgesteld kunnen worden.
*** de medico-mutualistische conventie is voortaan louter geveinsdheid : aldus heeft een wet het vorige NAGZ verlengd toen de verschillende partners er niet in slaagden om een nieuw akkoord af te sluiten !
**** gefactureerd in « verplichte sociale derdebetalers » voor een aanzienlijk deel van het patienteel.

No Comments »

Neuropsychiater of neuroloog ?

19/02/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

VRAAG :

Geachte Collega,

Ik wil graag uw advies inwinnen betreffende de recente aanpassing van de erelonen en van de terugbetalingen voor ambulante raadplegingen.

Ik stel vast dat de betroffen bedragen van de erelonen, alsook de terugbetalingen aan de patiënt aanzienlijk meer naar boven toe herzien werden voor de raadpleging bij de neuroloog dan bij de psychiater of de neuropsychiater.

Persoonlijk ben ik erkend als neuropsychiater na het volgen van een vorming 4 (N) + 1 (P) en mijn eigen praktijk is bijgevolg hoofdzakelijk van neurologische aard.

Sinds enkele jaren ben ik volledig niet-geconventioneerd zodat ikzelf over het bedrag van mijn erelonen kan beslissen, maar de patiënten die naar mijn raadpleging komen worden praktisch 7,50 euro minder terugbetaald omdat ik het etiket van « neuropsychiater » draag.

Ik zou willen vermijden het één of ander over het oog te zien in deze kwestie alvorens een verandering van mijn etiket aan te vragen.

Ik dank u voor uw advies en verblijf inmiddels met de meeste hoogachting.

ANTWOORD :

We hebben deze, trouwens nogal ingewikkelde, materie onderzocht ; daarnaast zijn we niet helemaal vertrouwd met uw praktijkvoering.

Evenwel kunnen we stellen dat u er baat bij zou hebben om « alleen » specialist te zijn in de neurologie, en – natuurlijk – tevens geaccredditeerd te zijn. (bent u geaccrediteerd ?)

De raadpleging in de neurologie wordt inderdaad beter terugbetaald dan die van de neuropsychiatrie of van de psychiater, met een verschil in de grootteorde van 7 euro (en zelfs 7,50 euro als men onder geaccrediteerden vergelijkt), en dat sinds 1 februari 2013 :

– niet geaccrediteerd neuroloog : NGV code 102174 – 49,60/46,53/34,10 – RG GV 15,50

– niet geaccrediteerd neuropsychiater of psychiater : NGV code 102211 of 102196 – 42,51/39,63/27,01 – RG GV 15,50

Er dient dus te worden opgemerkt dat het RG RVV-OMNIO van een GV identiek is in beide gevallen, maar dat het ereloon van de neurologen hoger is : een neuropsychiater die strikt het tarief van de conventie naleeft zou dus minder verdienen, maar zijn patiënten zouden in niets gepenaliseerd zijn.

Nog steeds afgaand op het eerste zicht, zou het enig voordeel om neuropsychiater te blijven eruit bestaan dat men psychotherapeutische zittingen van verschillende duur kan attesteren, wat u niet schijnt te doen.

We wijzen u erop dat u uw GVVH in derdebetalers kunt indienen voor de raadplegingen (en eventuele psychotherapeutische zittingen…) van de RVV-OMNIO en van de behoeftige OIFNS , hetzij patiënten aan wie u sowieso geen ereloonsupplement zou vragen : het is duidelijk dat dit drastisch de indruk van prijzigheid zal verminderen, gezien de patiënt enkel nog het RG hoeft te betalen.

In het licht hiervan lijkt RDB nog een mooie toekomst tegemoet te gaan…

Men kan waarschijnlijk afsluiten met te stellen dat een intelligente combinatie van pure neurologie, accreditering en een verstandige toepassing van RDB u in staat zal stellen om uw inkomsten te optimaliseren.

No Comments »

Model van bijlage 82, verplicht vanaf 1 maart 2013

07/02/2013 by admin

In bijlage bevindt zich het officiële model van bijlage 82 zoals het gepubliceerd werd in het BS.

De aanwending van de bijlage is verplicht met ingang van 1 maart 2013

Elk voorschrift tot onderzoek medische beeldvorming — ook door een tandarts — dient op straffe van nietigheid de gegevens te dragen die op het officieel document voorkomen.

Het is de radioloog die gesanctioneerd wordt in geval van niet conforme aanvraag tot onderzoek.

Er dient te worden opgemerkt dat het hier maar om een « model » handelt en dat de zorgverstrekker theoretisch lichte wijzigingen kan aanbrengen, zolang dat de pertinente gegevens op het document voorkomen.

We raden echter aan om zich te houden tot het model dat gepubliceerd werd door het RIZIV (formaat A4) : uiteindelijk is dit het efficiëntste en is er geen discussie mogelijk !

Natuurlijk moet dit model alleen gebruikt worden als de Reglementering een schriftelijke aanvraag vereist : de onderzoeken uitgevoerd ten titel van connexiteit door de zorgverstrekker bij wie de patiënt in behandeling is (belangrijk criterium) behoeven zoals in het verleden, geen enkel voorschrift.

Tenslotte merken wij op dat het aangewezen is om afzonderlijke bijlagen 82 aan te maken in geval van afzonderlijke « klinische vraagstellingen » : in dien mate dat men de klinische tekenen moet beschrijven die aanleiding geven tot het voorschrift lijkt dit nogal logisch.

Anderzijds kan men — in het kader van een zelfde « klinische vraagstelling » — meerdere onderzoeken aanvragen (bijv. een abdomen zonder voorbereiding + IVU) : de titel (« Aanvraagformulier voor een onderzoek medische beeldvorming ») is dus misleidend.

Download : Bijlage 82.pdf

No Comments »

« Previous Entries