Securimed derde betaler
  • Eerste tariferingsdienst van derde-betaler voor geneesheer-specialisten en tandartsen
  • Nazicht van de verzekerbaarheid van patiënten
  • Juridische bijstand in geval van vervolging door de DGEC (Dienst voor Geneeskundige Controle van het RIZIV)
  • Opvolging van betalingen door de VI

Het supplement voor de YAG laser 355036 mag per oog geattesteerd worden

30/06/2012 by Dr R. BOURGUIGNON

Een bilaterale iridotomie (248231 248242 Iridotomie met laser, per zitting – maximum 2 zittingen – N 75) wordt uitgevoerd door een ophtalmotoloog bij een patiënt die in de voorbije zes maand geen laserbehandeling heeft ondergaan.

De ophtalmoloog attesteert als volgt :

248231 OD
355036 OD
248231 OG
355036 OG

Een VI verwerpt het tweede supplement voor laser YAG 355036 met het volgend argument : « De tweede 355036 van 17-02-12 wordt in mindering gebracht. Deze mag maar een enkele keer aangerekend worden tijdens de eerste zitting gedurende een periode van 6 maand. »

Heeft de VI gelijk om de tweede code 355036 te verwerpen ?

De geraadpleegde artikels van de Nomenclatuur zijn de volgende :

Art. 11 (SPECIALE AGLEMENE VERSTREKEINGEN)
355036 355040 Bijkomend honorarium dat mag aangerekend worden door de geneesheer-specialist die één van de volgende verstrekkingen verricht volgens de YAG-lasermethode : 230436 – 230440, 230473 – 230484, 230495 – 230506, 230532 – 230543, 230716 – 230720, 230731 – 230742, 231011 – 231022, 231033 – 231044, 232514 – 232525, 232536 – 232540, 232551 – 232562, 232735 – 232746, 232772 – 232783, 232971 – 232982, 246772 – 246783, 248172 – 248183, 248194 – 248205, 248216 – 248220, 248231 – 248242, 248253 – 248264, 248275 – 248286, 248290 – 248301, 248312 – 248323, 257316 – 257320, 257456 – 257460, 431115 – 431126, 432412 – 432423, 432456 – 432460, 471612 – 471623, 471730 – 471741 en 473653 – 473664. K 120

Art. 14h (OPHTALMOLOGIE)
De verstrekkingen nrs 248172 – 248183, 248194 – 248205, 248216 – 248220, 248231 – 248242, 248253 – 248264, 248275 – 248286, 248290 – 248301 en 248312 – 248323 worden beschouwd per oog en mogen onderling niet worden gecumuleerd. Het maximum aantal zittingen geldt voor een periode van zes maanden vanaf de eerste zitting.
Op het getuigschrift voor verstrekte hulp moet worden vermeld welk oog is behandeld. Voor de behandelingen die zijn vermeld onder de verstrekkingen nummers 248172 – 248183, 248194 – 248205, 248216 – 248220, 248231 – 248242, 248253 – 248264 en 248275 – 248286 die verscheidene zittingen beslaan, mag het bijkomend honorarium voor laser, bedoeld onder de verstrekkingen nrs. 355014 – 355025 of 355036 – 355040 slechts één keer worden aangerekend bij de eerste zitting gedurende het hiervoren bedoelde tijdvak van zes maanden. »

Daaruit volgt dat geen enkele regel het verbiedt om het supplement 355036 per oog aan te rekenen – in dit geval twee keer – vooral omdat de hoofdverstrekking uitdrukkelijk « per oog » moet begrepen worden.

De praktijk bevestigt deze interpretatie.

De betroffen VI lijkt zijn verwerpingen « manueel » te beheren, dwz dat een bediende – en niet een programma – beslist of een getuigschrift conform is… men ziet de beperkingen van een dergelijke methode.

No Comments »

Communiqué van Dental Clinics – Dr Helena Rodrigues benoemd te Antwerpen

27/06/2012 by admin

Vanaf deze zaterdag 30 juni 2012 wordt de tandartspraktijk Dental Clinics Antwerpen versterkt met de komst van tandarts Helena Rodrigues.

Dr Helena Rodrigues (30), is titularis van een Bekwaamheidstitel in de tandheelkunde, ze spreekt vloeiend Engels, Frans, Spaans en Portugees.

Dr Rodrigues is een door het RIZIV erkende specialist in algemene tandheelkunde, ze ontvangt alle dagen van de week tussen 9h en 18h30 ; tijdens de weekends enkel op afspraak.

Voor een afspraak met Helena Rodrigues kan u bellen naar het secretariaat van Dental Clinics op het nummer 03/ 239.88.88.

Dental Clinics – Belgiëlei, 57A – 2018 ANTWERPEN

Commentaar van de redactie :

Wij wensen mevrouw Rodrigues veel succes toe bij Dental Clinics : haar bekwaamheid, haar vriendelijkheid en – het mag gezegd zijn – haar opmerkelijke schoonheid laten haar inderdaad toe – om met de woorden van Louis Dumur te spreken – alles van het leven te verwachten…

1 Comment »

Wat mogen de « 000 » en de « 009 » attesteren ?

23/06/2012 by Dr R. BOURGUIGNON

Sinds januari 2005 kent het RIZIV aan geneesheren die niet erkend zijn als huisarts of specialist, die geen nascholing volgen en die niet de status hebben van « algemeen geneeskundige met verworven rechten » (ingeschreven vòòr 1995), één van deze bevoegdheidscodes toe :

–            009 voor de geneesheren ingeschreven tussen 01.01.1995 en 31.12.2004
–            000 voor de geneesheren ingeschreven na 31.12.2004

Hieronder volgt een limitatieve lijst van de verstrekkingen die deze geneesheren mogen attesteren of voorschrijven :

101010 gewone raadpleging : 000 NEEN en 009 JA

102454 en 102478 supplement raadpleging weekend en nacht : 000 NEEN en 009 JA

Technische verstrekkingen : NEEN

Voorschrijven van geneesmiddelen : JA

Andere voorschriften : labo, kine, verzorging, enz. : 000 NEEN en 009 JA

Art. 16, § 5 operatieve hulp 10% van de chirurgische ingreep, ongeacht de bekwaming van de geneesheer die bij de ingreep helpt : JA*

Art. 25, § 1 598006, 598021, 598043, 598065, 598102, 598384, 599406, 599421 toezicht, ongeacht de bekwaming van de geneesheer die bij de ingreep helpt : JA

Art. 25, § 3 590472 Forfait MUG assistentie door een geneesheer als hij aan de vereisten voldoet van het KB van 10 augustus 1998 (MUG normen) : JA

Genetische onderzoeken, indien tevoren erkend door volksgezondheid zoals voorzien in artikel 33, § 2 : JA
_____________
* Dat is de vaakst gestelde vraag : ja, en « 000 » mag de operatieve hulp in rekening brengen aan 10%.

No Comments »

Ministerraad zet licht op groen voor sectorspecifieke aanpak schijnzelfstandigen

22/06/2012 by admin

(Belga) De federale ministerraad heeft het licht op groen gezet voor een verschillende aanpak van schijnzelfstandigen naargelang de sector. De sectoren mogen in de komende maanden zelf voorstellen doen om snel en op maat te kunnen werken, verduidelijkte bevoegd staatssecretaris John Crombez (sp.a).

« Schijnzelfstandigheid blijft een vorm van oneerlijke concurrentie tussen bedrijven en kmo’s, maar ook tussen werknemers », onderstreepte Crombez. Vaak komen de betrokkenen uit het buitenland, en dan vooral uit Roemenië en Bulgarije. Voor werknemers uit beide landen is de Belgische arbeidsmarkt immers nog dicht, wat via (schijn)zelfstandigheid omzeild kan worden. De regering wil de strijd nu aanscherpen. Volgens Crombez kan dat best verschillend naargelang de vaak erg verschillende sectoren. « We willen vooral heel snel gaan in de sectoren die dat zelf vragen », klonk het. De schoonmaaksector, de transportsector en de sector van bewaking en toezicht worden sowieso onder handen genomen, maar ook de sector van de vleesverwerking vroeg bijvoorbeeld al om snel nieuwe maatregelen te nemen, aldus nog Crombez. De ministerraad gaf dinsdag ook haar fiat voor het samenwerkingsakkoord dat de samenwerking moet opvoeren tussen de inspectiediensten van de gewesten, de gemeenschappen en de federale overheid, « voornamelijk voor de controle van de tewerkstelling van buitenlandse werknemers ».

No Comments »

Amper weer op vrije voeten heropent Bernard Bisson zijn Luikse praktijk !

22/06/2012 by admin

Wie kent er niet de beruchte Franse tandarts Bernard Bisson ?

Levenslang geschorst in zijn land, is deze « dokter in de tandheelkunde » zich in België komen vestigen om er letterlijk geld te pompen uit de zakken van de ziekenfondsen – dwz, van de gemeenschap.

De onderzoeksrechter Philippe Richard had hem beschuldigd van valsheid in geschriften en van oplichting sinds 2007 ten nadele van het RIZIV, en Bisson zat sinds november 2011 vast in de gevangenis van Lantin.

We hadden reeds de praktijken van deze super-fraudeur aangeklaagd : zie onze News : Vier tandartsen uit Luik lichten RIZIV op (Belga) van 21 mei 2010, De onontbeerlijke moralisering van derdebetalers in België van 23 mei 2010 en Een buitengewoon document ! van 8 september 2010.

In dit laatste News schreven we : « De absolute recordhouder in alle categorieën is de Fransman Bernard B. met een toepassingspercentage RBD van… 100% en een trimestrieel zakencijfer van… 152.027,47 euro, oftewel een maandelijks inkomen van 50.675,82 euro*, remgeld en andere prestaties buiten nomenclatuur niet meegerekend ! ».

Op jaarbasis ontving Bernard Bisson ten minste… zeshonderdenachtduizend euro, hetzij de prijs van een prestigieuze villa in een chique Brusselse buitenwijk !

Amper vrijgelaten uit de gevangenis van Lantin waar hij in preventieve hechtenis gevangen zat heeft Bisson zijn Luikse praktijk, gelegen in de Saint-Leonard wijk,heropend.

Foto’s die ter plaatse genomen werden tonen een armzalige vitrine waaraan stukken papier zijn aangebracht waarop te lezen staat : »CABINET DENTAIRE BISSON Bernard », « Heropening van de tandartspraktijk op 11/06/12 » of nog « Tandverzorging volwassenen/kinderen prothese chirurgie parodontologie ».

En de ziekenfondsen zullen betalen ? Arm België !

No Comments »

NGV code voor de reductie van een breuk van de neusbeenderen…

22/06/2012 by Dr R. BOURGUIGNON

De NGV code 255916-255920 Behandeling van breuk van de neusbeenderen die een contentieapparaat vergt, prijs van het apparaat inbegrepen K 50 werd geschrapt in 2008 (KB van 12.8.2008 in voege getreden op 1.10.2008 – BS van 29.8.2008).

Men dient in de plaats de code 258731-258742 te gebruiken Behandeling van een breuk van de neusbeenderen

No Comments »

Tegengekomen problemen met NGV code 469814 : oplossing gevonden dankzij dialoog Securimed – VI

22/06/2012 by Dr R. BOURGUIGNON

In ons News van 20 november 2011 met als titel Verduidelijkingen aangaande cardiale echografieën (art. 17 quater) gaven wij een uiteenzetting van de problemen met betrekking tot deze code.

De betroffen reglementaire bepaling is terug te vinden in artikel 17quater van de Nomenclatuur, §§. 2 en 9 :

§ 2 :

Volledig transthoracaal echografisch bilan van het hart, waarbij bidimensionele beelden bekomen worden in minstens drie verschillende snedevlakken, en kleuren-
Doppler signalen en in spectraal mode ter hoogte van minstens drie klepopeningen. De opname en archivering van het onderzoek op magneetband of digitale drager is vereist, evenals een gedetailleerd protocol N 104

469630 469641 Herhaling binnen het kalenderjaar van de verstrekking
469814 – 469825 of 460456 – 460460 voor één van de volgende indicaties.

De opname en archivering van het onderzoek op magneetband of digitale drager is vereist, evenals een gedetailleerd protocol en het bijhouden van een register van
de herhalingsonderzoeken N 104

« § 9. Elke verstrekker die cardiale echografieën aanrekent moet hiervan een lijst opstellen met de aantallen van de verschillende indicaties, in volgorde zoals in de omschrijving. Deze lijst moet ter beschikking gehouden worden van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het RIZIV en van de Belgische Vereniging voor cardiologie. Voor de cardiale echografie moeten de termen « herhaling-herevaluatie binnen het jaar » begrepen worden per groep verstrekkers die gewoonlijk op georganiseerde wijze samenwerken. »

De oorsprong van het probleem situeert zich in het ontbreken van een kadaster van « groepen van verstrekkers die gewoonlijk op een georganiseerde wijze samenwerken », waardoor – en enkel in het derde betalers stelsel ? – de computers van sommige federaties de tweede 469814 code verwierpen als hij reeds geattesteerd was door een andere zorgverstrekker tijdens het zelfde kalenderjaar.

Een cardioloog aangesloten bij Securimed schreef ons dienaangaande :

Geachte Dr. Bourguignon,

Betreft weigering van terugbetaling van cardiale radiografieën door sommige ziekenfondsen.

Ik vraag uw hulp en uw tussenkomst om de talrijke problemen van weigering tot terugbetaling van cardiale radiografieën door sommige ziekenfondsen op te lossen.

De betroffen code is de code 469814.

Het probleem is het volgende : als ik een cardiale radiografie uitvoer bij een patiënt die reeds een cardiale radiografie heeft laten nemen bij een andere cardioloog zonder enige band met mij tijdens het zelfde kalenderjaar, moet ik de code 469814 gebruiken (cf. bijlage 1).

Spijtig genoeg weigeren sommige ziekenfondsen de terugbetaling van deze code met het motief dat de patiënt reeds een cardiale radiografie gehad heeft in de loop van het zelfde kalenderjaar bij een andere cardioloog zonder enige band met mij. Als ik bel met het ziekenfonds legt men mij uit dat het gaat om een fout in de software van de ziekenfondsen, men verlangt van mij dat ik een schriftelijke verklaring zou bijvoegen maar het probleem blijft zich herhalen.

Ik bevind mij dus in een onmogelijke positie.

Zelfs al weet ik (wat niet altijd mogelijk is) dat de patiënt reeds een cardiale radiografie gehad heeft in de loop van hetzelfde kalenderjaar bij een andere cardioloog en zonder enige band met mezelf, wordt de terugbetaling geweigerd als ik de code 469630 gebruik, want men zegt mij dat dit de eerste keer is dat ik een cardiale radiografie uitvoer tijdens hetzelfde kalenderjaar bij deze patiënt, wat juist is. En als ik de juiste code 469814 gebruik, verwerpen sommige ziekenfondsen deze ook.

Als ik bij elke cardiale radiografie een verklarend schrijven moet voegen zal dit voor mij een enorme administratieve last met zich meebrengen, hetzelfde geldt trouwens voor de ziekenfondsen.

Als ik aan elke cardiale radiografie die onrechtmatig geweigerd wordt een verklarend schrijven moet voegen is dit voor mij een enorme administratieve last, hetzelfde geldt voor de ziekenfondsen.

Ik wens u te bedanken, enerzijds om mij te helpen bij de recuperatie van de geweigerde cardiale radiografieën (ik stuur u de weigeringsdocumenten met de post) en anderzijds, om te zien wat gedaan kan worden om dit probleem definitief op te lossen en nooit meer weigeringen te hebben met dit motief.

Betroffen patiënten (gedeeltelijk) :

Gezien ik reeds gebeld heb met het ziekenfonds voor 1 of 2 patiënten is het mogelijk dat een of andere echografie inmiddels al betaald werd.

Ten alle tijde bereid om nadere inlichtingen te verschaffen verblijf ik, geachte Dr Bourguignon, met de meeste hoogachting.

Securimed heeft contact opgenomen met de diverse VI en heeft het volgende antwoord bekomen :

Geachte Dokter Bourguignon,

We hebben uw vraag hierboven omtrent onze controles op de verstrekking 469814 in goede orde ontvangen.

Na analyse van uw vraag, melden wij u dat gebleken is dat onze controle op de verstrekking 469814 enigermate te « restrictief » is.

Bijgevolg zullen onze toepassingen vandaag nog aangepast worden zodat de problematiek zich niet meer voordoet.

Ter aanvulling van de aanpassingen van onze controlefiches zullen we contact opnemen met onze ziekenfondsen opdat deze de onrechtmatige weigeringen corrigeren.

De gevallen betroffen door de entiteiten XXX zijn :

Ik blijf te uwer beschikking voor nadere inlichtingen en aarzel niet, Meneer Bourguignon, om met mij contact op te nemen mocht u in de toekomst kennis nemen van nieuwe situaties.

Met vriendelijke groeten.

In conclusie, de cardioloog moet geen verklaring bijvoegen : het feit dat hij NGV code 469814 attesteert is afdoend bewijskrachtig – tot bewijs van het tegendeel – dat hij zich inderdaad in een situatie bevindt die beoogd wordt door § 9 van art. 17quater, te weten dat het niet aan een « groep zorgverstrekkers toebehoort die gewoonlijk op een georganiseerde wijze samenwerken », en wiens medewerker dit onderzoek tijdens het lopende kalenderjaar zou hebben uitgevoerd.

Dit is de toepassing zelf van het principe van de attestering van verzorging door een zorgverstrekker…

No Comments »

Koninklijk besluit van 9 mei 2008 tot bepaling van de werkingsregels en het Procedurereglement van de Kamers van eerste aanleg en van de Kamers van beroep bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het RIZIV

19/06/2012 by admin

J U S T E L     –     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
belgiëlex . be     –     Kruispuntbank Wetgeving

Titel
9 MEI 2008. – Koninklijk besluit tot bepaling van de werkingsregels en het Procedurereglement van de Kamers van eerste aanleg en van de Kamers van beroep bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het RIZIV.

Bron : SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 20-06-2008 nummer : 2008022275 bladzijde : 31814   BEELD
Dossiernummer : 2008-05-09/72
Inwerkingtreding : 30-06-2008 (Art.22)

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. – Algemene bepalingen.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. – De aanhangigmaking.
Art. 3-6
HOOFDSTUK III. – De griffie en de rol.
Art. 7-11
HOOFDSTUK IV. – De verklaring van verschijning.
Art. 12
HOOFDSTUK V. – De mededeling van stukken.
Art. 13-14
HOOFDSTUK VI. – De conclusies.
Art. 15-17
HOOFDSTUK VII. – De zittingen.
Art. 18-20
HOOFDSTUK VIII. – Slotbepalingen.
Art. 21-23

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. – Algemene bepalingen.

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :
1° de gecoördineerde wet : de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
2° griffie : de griffie van de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep, bedoeld in artikel 145, § 3, tweede lid van de gecoördineerde wet;
3° voorzitter : de magistraat bedoeld in artikel 145, § 1, tweede lid, 1°, van de gecoördineerde wet of artikel 145, § 1, derde lid, 1°, van dezelfde wet;
4° verzoekende partij : de verzoeker of zijn raadsman.

Art. 2. Met uitzondering van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, vermeld elke partij in een procedure voor de Kamers van eerste aanleg of beroep, haar wettelijke of gekozen woonplaats in België, in het eerste ingediende procedurestuk.
Elke wijziging van woonplaats wordt onmiddellijk aan de griffie meegedeeld met een ter post aangetekende brief, met vermelding van het rolnummer van het beroep waarop de wijziging betrekking heeft.
Iedere kennisgeving, mededeling, oproeping, gericht aan de vorige woonplaats en daterend van vóór de ontvangst van voornoemde ter post aangetekende brief, wordt als regelmatig beschouwd.

HOOFDSTUK II. – De aanhangigmaking.

Art. 3. Bij de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep worden de betwistingen, bedoeld in artikel 144, §§ 2 en 3, van de gecoördineerde wet, aanhangig gemaakt bij verzoekschrift, gericht aan de voorzitter en toegezonden met een ter post aangetekende brief of ter griffie neergelegd tegen ontvangstbewijs.

Art. 4. Op straffe van onontvankelijkheid, wordt het verzoekschrift gedateerd en ondertekend door de verzoekende partij en bevat de volgende vermeldingen :
1° de naam, voornaam, beroepscategorie en woonplaats van de verzoekende partij;
2° het voorwerp van de eis of het beroep en de vermelding van de feiten en de middelen;
3° de naam, voornaam, beroep en woonplaats van de tegenpartij.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1° en 3°, volstaat bij rechtspersonen de vermelding van hun benaming, juridische aard en maatschappelijke zetel.

Art. 5. De verzoekende partij voegt aan haar verzoekschrift zoveel afschriften toe als het aantal tegenpartijen in de zaak, alsook een inventaris van de ingeroepen stukken tot staving van haar verzoekschrift.
De verzoekende partij zendt tegelijkertijd met de neerlegging van haar verzoekschrift, ter informatie ook een afschrift hiervan aan de tegenpartijen.
In de gevallen bedoeld in artikel 144, § 2, 2°, 3° en § 3, 1° en 2°, van de gecoördineerde wet, voegt de verzoekende partij aan haar verzoekschrift een afschrift bij van de betwiste beslissing.

Art. 6. Verzoeken of beroepen kunnen als samenhangend behandeld worden, wanneer zij onderling zo verbonden zijn dat het wenselijk is ze samen in te leiden en te beoordelen, ten einde oplossingen te vermijden die onverenigbaar zouden kunnen zijn, wanneer de zaken afzonderlijk worden berecht.
In de gevallen bedoeld in artikel 144, § 2, 1° en 3°, van de gecoördineerde wet, kan de Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle verschillende verzoeken of beroepen, betreffende meerdere zorgverleners, met éénzelfde verzoekschrift, aanhangig maken bij de Kamers van eerste aanleg, voor zover deze verzoeken of beroepen samenhangend zijn.

HOOFDSTUK III. – De griffie en de rol.

Art. 7. De Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep worden bijgestaan door één gemeenschappelijke griffie, bestaande uit een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling, die ook bevoegd is voor de dossiers die in het Duits moeten afgehandeld worden.
De partijen en hun raadslieden kunnen er, gedurende de openingsdagen van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, het proceduredossier inkijken van de zaak die hen aanbelangt.

Art. 8. § 1. De griffie houdt voor elk rechtscollege een algemene rol bij, waarop alle zaken in de volgorde van aanbieding ingeschreven worden, binnen acht dagen volgend op de ontvangst van het verzoekschrift.
Aan iedere zaak wordt een rolnummer toegekend, bestaande uit twee letters gevolgd door twee cijferreeksen, gescheiden met een streepje.
Voor de zaken ingeschreven op de rollen van de Nederlandstalige kamer van eerste aanleg en de kamer van beroep, zijn de twee letters respectievelijk NA en NB.
Voor de zaken ingeschreven op de rollen van de Franstalige kamer van eerste aanleg en de kamer van beroep, zijn de twee letters respectievelijk FA en FB.
Voor de zaken die in het Duits ingeleid werden, zijn de twee letters respectievelijk DA en DB.
Voor de zaken ingeschreven op de rollen van de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep, betreft de eerste reeks van drie cijfers de numerieke volgorde van inschrijving en de tweede cijferreeks stemt overeen met de twee laatste cijfers van het kalenderjaar.
§ 2. Binnen acht dagen na de inschrijving op de rol, verwittigt de griffie de verzoekende partij en de tegenpartijen aan wie een voor eensluidend verklaard afschrift van het verzoekschrift bezorgd wordt.
Aan de partijen wordt binnen acht dagen ook een voor eensluidend afschrift toegezonden van alle beslissingen, beschikkingen of maatregelen, uitgesproken of bevolen door het rechtscollege bij wie de zaak aanhangig is. Voor de kennisgeving van andere procedurestukken geldt dezelfde termijn.
Alle kennisgevingen, adviezen, oproepingen of mededelingen van de griffie worden verzonden met een ter post aangetekende brief of rechtstreeks aan de bestemmeling overhandigd tegen ontvangstbewijs.
§ 3. De griffie verzekert permanent de organisatie van de vaststellingen, onder leiding van de voorzitter van het rechtscollege bij wie de zaken aanhangig zijn.

Art. 9. De rol van elk rechtscollege wordt door de griffie schriftelijk of elektronisch bijgehouden.
De rol vermeldt minstens voor elke zaak die er op ingeschreven is :
1° de namen, voornamen, beroepen en de woonplaatsen van de partijen;
2° de volledige identiteitsgegevens van de eventuele raadslieden van de partijen;
3° de kamer aan wie de zaak werd toegewezen;
4° in het geval van hoger beroep, de instantie die, of het rechtscollege dat de betwiste beslissing heeft genomen en de datum van die beslissing.
Voor de toepassing van het tweede lid, 1°, wordt de identiteit van de rechtspersoon vermeld overeenkomstig artikel 4.

Art. 10. Voor de zaken ingeschreven op de rollen van de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep wordt een proceduredossier samengesteld, dat op de griffie bewaard blijft.
Het proceduredossier bevat in het bijzonder :
1° de gedinginleidende stukken en de ter ondersteuning neergelegde stavingsstukken;
2° de door de partijen neergelegde bijkomende stukken tijdens de afhandeling van het geding;
3° de kennisgeving, conclusies en memories van de partijen;
4° de processen-verbaal van de terechtzittingen of de onderzoeksmaatregelen bevolen door de voorzitter, in het bijzonder de verschijning van de getuigen of de aanwijzing van deskundigen, alsook alle andere stukken opgesteld door de voorzitter;
5° het stuk betreffende de eedaflegging van de deskundige en de getuigen;
6° de verslagen opgesteld bij uitvoering van de voorlopige maatregelen bedoeld in artikel 16, § 3;
7° het onderzoeksdossier opgesteld door de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle;
8° de uitgesproken beslissingen in de zaak.

Art. 11. De partijen kunnen zich een afschrift laten afleveren van de stukken uit het proceduredossier.
De kosten van het afschrift en de modaliteiten voor aflevering wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot vaststelling van het bedrag van de vergoeding verschuldigd voor het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument of een document met milieu-informatie.

HOOFDSTUK IV. – De verklaring van verschijning.

Art. 12. § 1. De verwerende partij of de geïntimeerde deelt de griffie een verklaring van verschijning mee, of legt deze neer, binnen vijftien dagen volgend op de kennisgeving van de inschrijving van de zaak op de rol van de Kamers van eerste aanleg of de Kamers van beroep.
§ 2. De verklaring van verschijning vermeldt :
1° de identiteit, de beroepscategorie en de woonplaats of de zetel van de partij die verklaart te verschijnen en van haar eventuele raadslieden;
2° de beroepscategorie waartoe de zorgverlener verklaart te behoren, overeenkomstig artikel 145, § 1, vierde lid, van de gecoördineerde wet.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, wordt de identiteit van de rechtspersoon vermeld overeenkomstig artikel 4.

HOOFDSTUK V. – De mededeling van stukken.

Art. 13. De partijen zullen de stukken die zich nog niet in het proceduredossier bevinden mededelen alvorens ze te gebruiken.
De verzoekende partij moet deze mededeling doen binnen vijftien dagen na de kennisgeving door de griffie van de inschrijving van de zaak op de rol. Voor de tegenpartij geldt dit vanaf de mededeling van haar conclusies.
Alle memories, nota’s, stukken en verzoekschriften, niet meegedeeld uiterlijk op hetzelfde tijdstip als de conclusies, worden ambtshalve uit de debatten geweerd.

Art. 14. De mededeling van de stukken gebeurt ofwel met een ter post aangetekende brief, ofwel door de neerlegging van de stukken ter griffie tegen ontvangstbewijs, waar de partijen ze ter plaatse zullen kunnen raadplegen en zich zonodig afschriften laten afleveren, volgens de modaliteiten bepaald in artikel 11, tweede lid. De stukken zijn vooraf ingebonden en geïnventariseerd.

HOOFDSTUK VI. – De conclusies.

Art. 15. De partijen zenden het origineel van hun conclusies naar de griffie, of leggen dit daar neer tegen ontvangstbewijs.
De partijen vermelden in hun conclusies het rolnummer van de zaak.
De inventaris van de stukken wordt aan de conclusies toegevoegd.
De conclusies van de partijen vermelden hun naam, voornaam en woonplaats en zijn ondertekend door de partij of haar raadsman, wanneer deze laatste advocaat is. De identiteit van de rechtspersoon wordt vermeld overeenkomstig artikel 4.

Art. 16. Alle conclusies worden ter informatie aan de tegenpartij of haar raadsman gezonden, ten laatste op het ogenblijk dat deze ook aan de griffie worden gezonden of daar neergelegd.

Art. 17. § 1. De verweerder of geïntimeerde beschikt over drie maanden om antwoordconclusies aan de griffie mee te delen.
De verzoeker beschikt over drie maanden om zijn repliekconclusies neer te leggen.
De verweerder of geïntimeerde heeft één maand om eventueel aanvullende conclusies op te stellen.
De bovenvernoemde termijnen worden gerekend, vanaf de kennisgeving door de griffie van de desbetreffende stukken, binnen vijftien dagen na hun neerlegging of ontvangst op de griffie.
Wanneer de voornoemde termijnen aflopen tijdens de periode van 1 juli tot 31 augustus, worden deze verlengd tot 15 september.
§ 2. De laattijdig neergelegde conclusies worden ambtshalve uit de debatten geweerd, waarna de procedure onafgebroken wordt voortgezet.

HOOFDSTUK VII. – De zittingen.

Art. 18. § 1. Wanneer de zaak in staat van wijzen is worden de partijen, in naam van de voorzitter, door de griffie opgeroepen om te verschijnen. De adviserend geneesheren, de geneesheren en apothekers-inspecteurs, de verpleegkundigen-controleurs, de sociaal controleurs en de betrokken zorgverleners worden opgeroepen met een ter post aangetekende brief. Hun raadslieden en de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, met een gewone brief.
De oproeping wordt ten laatste één maand vóór de zittingsdatum verzonden.
§ 2. De debatten voor de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep verlopen openbaar, voor zover deze openbaarheid geen afbreuk doet aan de openbare orde, de goede zeden of het beroepsgeheim.
Ten laatste één week vóór de openbare terechtzitting, moet de belanghebbende partij op een gemotiveerde wijze vragen dat de zitting achter gesloten deuren zou plaatsvinden. Na de andere partijen hiervoor te hebben gehoord, beraadslaagt de bevoegde Kamer achter gesloten deuren en deelt haar beslissing mee.
De beslissing tot niet openbaarheid van de zitting is gemotiveerd.
§ 3. De Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep kunnen alle mogelijke maatregelen bevelen, alvorens recht te doen.

Art. 19. § 1. De voorzitter van de bevoegde kamer kan altijd de verschijning in persoon van de partijen bevelen.
§ 2. Behalve wanneer zij rechtsgeldig verhinderd is, belet de niet verschijning van een nochtans regelmatig opgeroepen partij, de bevoegde kamer niet de zaak te onderzoeken en zich rechtsgeldig uit te spreken over het geschil dat haar wordt voorgelegd.
§ 3. Na de pleidooien en de eventuele replieken, sluit de voorzitter de debatten.
De beslissing tot het sluiten van de debatten wordt op het proces-verbaal van de terechtzitting vermeld.
§ 4. Wanneer de voorzitter de zaak in beraad neemt voor uitspraak van de beslissing, stelt hij hiervoor een datum vast binnen zes weken te rekenen vanaf de sluiting van de debatten.
Wanneer de uitspraak niet binnen deze termijn kan gebeuren, wordt de reden van de vertraging op het proces-verbaal van de terechtzitting vermeld.
§ 5. De Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep beraadslagen achter gesloten deuren; het geheim van de beraadslaging wordt gewaarborgd.
§ 6. De beslissingen zijn gemotiveerd en worden door de voorzitter in openbare terechtzitting uitgesproken. Zij worden ondertekend door de voorzitter en de vertegenwoordiger van de griffie die hem bijstaat.

Art. 20. Binnen acht dagen, volgend op de uitspraak van de beslissing, zendt de griffie een voor eensluidend verklaard afschrift met een ter post aangetekende brief aan de adviserend geneesheren, de geneesheren en apothekers-inspecteurs, de verpleger-controleurs, de sociaal controleurs en de betrokken zorgverleners. Aan de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle wordt een voor eensluidend verklaard afschrift toegezonden met een gewone brief. De raadslieden van de partijen ontvangen een afschrift van de beslissing met een gewone brief.
Overeenkomstig artikel 156 van de gecoördineerde wet, hebben de beslissingen uitwerking vanaf de kennisgeving ervan.
De brief waarmee kennis wordt gegeven van de beslissing, vermeldt de mogelijkheid tot het instellen van een hoger beroep voor een Kamer van beroep, wanneer de toegezonden beslissing werd uitgesproken door een Kamer van eerste aanleg, of een administratief cassatieberoep bij de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, wanneer de toegezonden beslissing werd uitgesproken door een Kamer van beroep. Deze brief bevat een korte beschrijving van de termijnen en de te vervullen formaliteiten om het hoger beroep in te stellen.
Wanneer de beroepstermijn aanvangt en afloopt tussen 1 juli en 31 augustus, wordt hij verlengd tot 15 september van het lopende jaar. Deze bepaling is echter niet van toepassing op de beroepstermijn in een administratief cassatieberoep bij de Raad van State.

HOOFDSTUK VIII. – Slotbepalingen.

Art. 21. De reeds vóór de inwerkingtreding van dit besluit ingestelde beroepen, worden afgehandeld overeenkomstig de volgende bepalingen :
§ 1. De partijen beschikken over de hiernavermelde termijnen om het dossier in staat van wijzen te brengen :
1° de geïntimeerde heeft één maand om op de akte van beroep te antwoorden;
2° de verzoeker in beroep heeft één maand om op de besluiten van de wederpartij te antwoorden;
3° de geïntimeerde heeft vijftien dagen voor zijn wederantwoord.
§ 2. De in § 1 bedoelde conclusietermijnen kunnen op verzoek van minstens één partij door de voorzitter van de Kamer worden gewijzigd.
Het verzoek wordt gericht aan de voorzitter door middel van een verzoekschrift dat de reden bevat waarom hij andere termijnen zou moeten bepalen en dat de gewenste termijnen aangeeft.
Het is ondertekend door de raadsman van de partij indien hij advocaat is of, wanneer dat niet het geval is, door de partij zelf, en neergelegd op de griffie in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn. Het wordt door de griffie met een aangetekende brief aan de partijen ter kennis gebracht en, in voorkomend geval, bij gewone brief aan hun raadslieden.
De andere partijen kunnen, binnen vijftien dagen na de verzending van de aangetekende brief, op dezelfde wijze hun opmerkingen aan de voorzitter doen toekomen.
Binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in het voorgaande lid of na de neerlegging van het verzoekschrift wanneer het uitgaat van alle betrokken partijen, doet de voorzitter van de Kamer uitspraak op stukken, behalve wanneer hij het noodzakelijk acht de partijen te horen, in welk geval zij met een aangetekende brief opgeroepen worden; de beschikking wordt binnen acht dagen na de zitting gewezen.
De voorzitter van de Kamer bepaalt de termijnen om conclusie te nemen en de rechtsdag. Tegen de beschikking staat geen enkel rechtsmiddel open.
De conclusies die zijn medegedeeld na het verstrijken van de termijnen bedoeld in het vorige lid, worden ambtshalve uit de debatten geweerd.
§ 3. De partijen moeten hun stukken aan elkaar mededelen, alvorens er gebruik van te maken; anders wordt de rechtspleging ambtshalve geschorst.
De mededeling geschiedt door het neerleggen van de stukken op de griffie. De stukken worden vooraf door de partij of haar raadsman gebundeld en op een inventaris ingeschreven.
De mededeling kan ook in der minne en zonder formaliteiten geschieden. In elk geval moeten de stukken aan de griffie worden toegezonden of er neergelegd terzelfdertijd als zij worden meegedeeld aan de andere partijen.
De partijen geven de stukken terug uiterlijk binnen de termijn die hun gesteld is om hun conclusies te nemen. De niet medegedeelde stukken worden uit de debatten geweerd.
§ 4. de partijen zenden het origineel van hun conclusies aan de griffie of leggen ze aldaar neer. Zij kunnen een ontvangstbewijs vragen.
De conclusies van de partijen moeten hun naam, voornaam en woonplaats vermelden. De rechtspersonen delen de identiteit mee van de natuurlijke personen die zijn organen zijn.
Alle conclusies worden aan de tegenpartij of aan haar raadsman gezonden terzelfdertijd als zij op de griffie worden neergelegd. De neerlegging van de conclusies op de griffie geldt als kennisgeving.
Alle memories, nota’s en stukken die niet ten laatste uiterlijk tegelijk met de conclusies zijn meegedeeld, worden ambtshalve geweerd uit de debatten.

Art. 22. De artikelen 310bis tot 310decies van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 mei 2004, worden opgeheven.

Art. 23. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Firenze, 9 mei 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. L. ONKELINX.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 144, hersteld bij de wet van 21 december 2008, en artikel 145, hersteld bij de wet van 24 december 2006 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006;
Gelet op het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op de artikelen 310quater tot 310decies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 mei 2004;
Gelet op de adviezen van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, gegeven op 31 augustus 2007, 26 oktober 2007 en 21 december 2007;
Gelet op het advies 44.065/l van de Raad van State, gegeven op 21 februari 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie

No Comments »

Openbare aanbesteding betreffende tandheelkundige software bestemd voor Dental Clinics – Lastenboek

05/06/2012 by admin

De vennootschap Dental Clinics lanceert een oproep tot aanbesteding betrekkelijk een tandheelkundig programma met volgend lastenboek :

1. Dental Clinics bestaat de dag van vandaag uit drie tandheelkundige centra : twee in Brussel (Belgica en Jecta) en één in Antwerpen ; in het kader van de uitbreiding van de vennootschap moet het programma evenwel op meer dan drie locaties gebruikt kunnen worden.

2. Onder « server » dient een toestel begrepen te worden – fysiek (local) of « virtueel » (cloud, distant) – dat in staat is om enerzijds de gegevens op een centrale manier te verwerken, en anderzijds om ze te transfereren van en naar de werkposten.

3. De « werkpost » is een toestel dat een « gebruiker » toelaat om te communiceren met de server ; de notie « werkpost » mag niet verward worden met « computer ».

De gebruiker kan bestaan uit : een tandarts, een tandheelkundig assistent of de administrator ; de gebruiker identificeert zich altijd via een persoonlijk paswoord.

Terwijl een werkpost in principe maar één gebruiker tegelijk toelaat, kunnen verschillende gebruikers zich beurtelings via één en dezelfde werkpost met de server verbinden (dit kan zijn weerslag hebben op het type licentie).

4. De oplossing cloud ten opzichte van één enkele « virtuele » server zal in principe de voorkeur genieten ; echter, mocht men voor de aanwezigheid van een fysieke server in de lokalen van de vennootschap opteren, dan zal deze in Jecta (Brussel) geïnstalleerd worden.

5. Dental Clinics maakt momenteel gebruik van het programma Superdent met twee onafhankelijke databases (één in Antwerpen, en één in Brussel) : al de bestaande gegevens moeten gerecupereerd en in één enkele database van de nieuwe server verenigd worden.

6. Er dient rekening gehouden te worden met de perifere apparatuur en hun drivers, onder andere de digitale radiologie (specificaties op aanvraag) ; een matrixprinter zal tevens aanwezig moeten zijn in elk tandheelkundig centrum om de getuigschriften mod. F te drukken (gezien de noodzaak van de manuele handtekening van de tandarts en van de diverse bijlagen 56, OIFNS, enz.).

7. De verbinding met de verschillende werkposten en de fysieke (local) of « virtuele » server (cloud) moet uitsluitend via een beveiligde internetverbinding verlopen (behalve, eventueel, in geval van een fysieke server, voor de werkposten die zich in Jecta zelf bevinden – zie punt 4 hierboven).

8. De software moet functionaliteiten bieden op twee niveaus : a) groot gebruiksgemak voor de gebruiker die geen administrator is en b) ontwikkeld voor de administrator.

Dienaangaande dient Superdent aanzien te worden als referentie voor gebruiksvriendelijkheid.

De functionaliteiten voor de gebruiker andere dan de administrator moeten noodzakelijkerwijs gebruik maken van de Engelse taal ; er wordt aan herinnerd dat een groot aantal tandartsen die werken bij Dental Clinics van buitenlandse origine zijn en niet noodzakelijkerwijs Nederlands en Frans spreken.

De functionaliteiten voorbehouden voor de administrator zijn te bespreken, maar mogen in geen geval verschijnen op het werkscherm van de andere gebruikers.

Het programma moet per tandheelkundig centrum de afspraken op het scherm weergeven (Jecta, Belgica, Antwerpen) en het is wenselijk dat het programma over een online afsprakenmodule beschikt die geïntegreerd kan worden aan de website van Dental Clinics.

9. Het is noodzakelijk om te verduidelijken of de leverancier tevens overgaat tot de installatie van de diverse programma’s (Windows, NAV, diverse drivers, enz.), het materiaal (hardware) en de toegekende waarborgen te specificeren, helpdesk, depannage op site, enz.

Het is tevens vereist om de aard van de compatibele hardware exact te preciseren.

10. Een enkele betaling zal de voorkeur genieten ; de offerte moet zeer duidelijk preciseren wat de globale prijs inhoudt (installatie van de diverse software, installatie van de hardware, verkoop van de hardware, waarborgen en de duur ervan, licenties, abonnementen, BTW, enz.)

11. Het systeem zou idealiter operationeel moeten zijn tegen begin september 2012.

No Comments »