Securimed derde betaler
  • Eerste tariferingsdienst van derde-betaler voor geneesheer-specialisten en tandartsen
  • Nazicht van de verzekerbaarheid van patiënten
  • Juridische bijstand in geval van vervolging door de DGEC (Dienst voor Geneeskundige Controle van het RIZIV)
  • Opvolging van betalingen door de VI

Om de BTW te omzeilen heeft een verpleger een fictieve zorgcentrale opgezet

24/04/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

Men weet dat de BTW een bijzonder gulzige administratie is en de uitzonderingen om eraan te ontkomen zijn niet talrijk.

Artikel 44 van de BTW Code somt ze in limitatieve wijze op :

§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door de nagenoemde personen verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid :

1° notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders;

2° artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen, verplegers en verpleegsters, verzorgers en verzorgsters, ziekenoppassers en ziekenoppassters, masseurs en masseuses van wie de diensten van persoonsverzorging zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering;

§ 2. Van de belasting zijn eveneens vrijgesteld :

1° de diensten en de leveringen van goederen die daarmee nauw samenhangen in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid verricht door ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen, klinieken en dispensaria; het vervoer van zieken of gewonden met speciaal daartoe uitgeruste vervoermiddelen;

1°bis de diensten verleend aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen die een werkzaamheid uitoefenen welke krachtens dit artikel is vrijgesteld of waarvoor zij niet belastingplichtig zijn, wanneer die diensten direct nodig zijn voor de uitoefening van die werkzaamheid, deze groeperingen van hun leden enkel terugbetaling vorderen van hun aandeel in de gezamenlijke uitgaven, en mits deze vrijstelling niet tot concurrentieverstoring kan leiden; de Koning regelt de toepassingsvoorwaarden van deze vrijstelling;

1°ter de leveringen van menselijke organen, van menselijk bloed en van moedermelk;

2° de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend.

Een Franse verpleger die in Wallonië verblijft heeft inmiddels meer dan tien jaar geleden een tariferingssecretariaat voor zelfstandige verplegers opgericht, maar – om de BTW te omzeilen -, had hij het idee om te veinzen dat zijn klanten collega’s waren vanop de werkvloer en dat het geheel een zorgcentrale voor verplegers was, terwijl hij de erelonen voor eigen rekening inde.

Om deze constructie realistisch te laten ogen had deze verpleger een VZW opgericht, beroofde hij zijn klanten van hun geneesmiddelenvoorschriften (art. 4, §2) en van hun Katzschalen… maar hij zette hen geenszins aan om het fameuze « verplegersdossier » te voeren.

Art. 6 van het contract stipuleerde dat de VZW « tarifeert en in eigen naam de erelonen int voor de verpleging ».

Dit was natuurlijk een leugen, gezien de patiënt geen enkel contact had met de zogeheten « centrale », die niet mocht functioneren onder de vorm van een VZW, vermits winstoogmerk haar uiteindelijk doel was.

Daarenboven, de verpleger-oprichter van deze fictieve centrale had een zware vergissing begaan betreffende de draagwijdte van artikel 6, §14 van het Reglement van 28 juli 2003 dat de globale getuigschriften voor verstrekte hulp model D regelt (GGVVH) :

§ 14. [Erratum B.S. 16-10-03 – ed. 2; W – Verord. 15-3-04 – B.S. 17-5 – ed.1](°) Door zijn handtekening onderaan de verzamelgetuigschriften voor verstrekte hulp, vervat in de bijlage 28 verklaart de ondertekenaar, die ofwel een geneesheer moet zijn ofwel een zorgverlener die deel uitmaakt van het beroep waartoe de geattesteerde verstrekkingen behoren, dat hij beschikt over documenten waaruit blijkt dat de verstrekkingen zijn verricht door de zorgverlener waarvan de naam naast elke verstrekking is vermeld. De desbetreffende bescheiden zijn ter beschikking van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle; ze moeten door de hierboven bedoelde zorgverlener ondertekend zijn.

Het in het eerste en tweede lid bedoelde procédé mag alleen maar worden aangewend op voorwaarde dat er tussen de ondertekenaar en elke betrokken zorgverlener een schriftelijke lastgeving bestaat luidens welke de zorgverlener (de lastgever) aan de ondertekenaar (de lasthebber), die aanvaardt, de volmacht verleent om, onder zijn handtekening, de door hem verleende verzorging aan te rekenen aan de verzekering voor geneeskundige verzorging.

Onverminderd de door andere wetgevingen of door de regels van de medische plichtenleer opgelegde bewaringstermijnen moeten de in het eerste en tweede lid bedoelde bescheiden worden bewaard gedurende een tijdvak van ten minste drie jaar vanaf de datum van de uitvoering van de verstrekking.

Inderdaad, terwijl hij van zijn klanten weliswaar een listing met gevalideerde verstrekkingen eiste, had de zaakvoerder van deze « centrale » volledig uit het oog verloren dat een geschreven mandaat vereist was – wat hem in de ogen van het RIZIV – verantwoordelijk maakte voor alle geattesteerde verstrekkingen in naam van zijn klanten* !

Zijn zwendel kwam aan het licht toen een klant van deze vreemde structuur het onderwerp is gaan uitmaken van een RIZIV controle en beroep deed op Securimed voor zijn verdediging.

Het contract dat de VZW aan zijn klanten bond was op z’n minst opmerkelijk**, maar het vreemdst van al was de totale afwezigheid van enige factuur : de verpleger-klant kreeg alleen maar een handgeschreven afrekening en er werden hem beheerkosten gefactureerd ter hoogte van 10% van het ingevoerd bedrag (art. 6 van het contract) !

Op technisch vlak, deed de verpleger-oprichter – die over een eigen RIZIV nummer als verpleger beschikte – zijn klanten bij MyCarenet voor als leden van een « vereniging » van verplegers (zoals een geneeskundige pool voor erelonen) en hij ontving de volledigheid van de VI tussenkomsten op rekening van zijn VZW.

De bal is thans in het kamp van de BTW-administratie en van de DGEC***…
_________________
* De GVU wet is van openbare orde, en dient derhalve strikt geïnterpreteerd te worden : het geschreven mandaat moet bestaan (en niet afgeleid worden uit de context, zoals in het burgerlijk recht).
** Artikel 2 van het contract stipuleerde aldus : « De partijen verbinden zich ertoe om de gezondheidsbelangen van de personen, hun autonomie, hun fysieke, morele en religieuze integriteit te handhaven (sic) en het beroepsgeheim te waarborgen ».
*** Dolgedraaid door het onderzoek dat zich nu tegen hem keert, belt de verpleger-zaakvoerder thans naar zijn klanten opdat ze hem het fameus « geschreven mandaat » zouden bezorgen, maar hij zegt dat het dient… « om u te verdedigen tegen het RIZIV ! »

No Comments »

Vraag aan de TGR betreffende connexiteit

24/04/2013 by admin

VRAAG :

Een neuroloog is houder van een aanvullend certificaat EKG.

Aangezien hij regelmatig patienten met een CVA of TIA ziet, en de Holtermonitoring bij de cardioloog vaak pas na enkele weken kan gebeuren, mag hij zelf Holtermonitors uitvoeren en aanrekenen via 476210 ?

Bestaat er overigens nomenclatuur voor een 24h bloeddrukmeting ?

ANTWOORD :

De connexiteitsregels van art 20 voorzien alleen connexiteit voor de algemene internist en voor de pediater.
Niet voor de neuroloog dus. Er bestaat geen nomenclatuurverstrekking voor 24 uurs bloeddrukmeting.

No Comments »

Nieuwe toepassingsreregel voor de colposcopie 431955 te rekenen vanaf 1 februari 2013

12/04/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

431955 431966 ………………** Microscopische colposcopie …………… K10

« K.B. 14.1.2013 » (in voege vanaf 1 februari 2013)
De verstrekking 431955-431966 mag niet worden gecumuleerd met de verstrekkingen 114030-114041 en 149612-149623.

De verstrekking 431955-431966 wordt niet vergoed in het kader van een screening. De terugbetaling van de colposcopie is enkel voorzien (sic):
a) na een uitstrijkje met afwijkende cytologie;
b) na drie opeenvolgende uitstrijkjes van goede kwaliteit maar zonder eenduidige lezing;
c) bij klinische indicaties gebaseerd op EBM (evidence based medicine);
d) voor de follow-up van de behandeling van cervix letsels »

No Comments »

Verplicht gebruik van nieuw formulier voor voorschrift van « onnodig dure » geneesmiddelen (bijlage 84)

01/04/2013 by Dr R. BOURGUIGNON

Het koninklijk besluit van 19 februari 2013 (KB 27.02.13) legt met ingang van 1.04.2013 de verplichting op om een licht aangepast document te gebruiken (bijlage 84) voor het voorschrift van « onnodig dure » geneesmiddelen, dwz de originele geneesmiddelen waarvan het octrooi verlopen is en waarvan ten minste één goedkope kopie of generiek op de Belgische markt beschikbaar is.

Een aanvullend vak moet onderaan het document ingevuld worden, voor de stempel en de handtekening van de voorschrijver, onder de rubriek « Medische verantwoording voor het voorschrift van een origineel geneesmiddel waarvan het octrooi verlopen is » (zie downloadbare PDF hieronder).

De voorschrijvende geneesheer of tandarts moet een korte, doch aan de patiënt specifieke verantwoording opgeven op het voorschrift van een geneesmiddel dat in principe beschouwd wordt als « onnodig duur ».

Deze verantwoording mag niet bestaan uit algemeenheden zoals « intolerantie aan het excipiëns » of « beste biodisponibiliteit ».

Aldus zal de voorschrijver moeten verduidelijken aan welk excipiëns de patiënt allergisch is en het documentaire bewijs ervan bewaren in het dossier (bijv. allergologisch verslag, enz.).

Tevens, indien farmacodynamische redenen worden aangevoerd, zal de voorschrijver duidelijk moeten aantonen naar welke parameters hij verwijst (bijv. langere halfwaardetijd, betere darmresorptie, enz) en de pertinente wetenschappelijke litteratuur ter beschikking houden van de RIZIV inspecteurs.

De verantwoording moet medisch zijn : motivaties zoals de wil om onderzoek te steunen of de participatie aan gesponsorde congressen worden natuurlijk niet aanvaard, hetgeen Meester Snoekx, jurist van de BVAS doet steigeren : « In naam van wat zou een geneesheer niet het geneesmiddel mogen verkiezen dat hij het best kent ? »

Het KB voorziet het niet uitdrukkelijk, maar uit de layout van de bijlage kan men afleiden dat per voorschrift maximaal één duur geneesmiddel mag voorgeschreven worden ; anderzijds, bijlage 84 kan verscheidene « goedkope geneesmiddelen » bevatten, of een combinatie van een of meer goedkope geneesmiddelen en een duur.

Het oude model van geneesmiddelenvoorschrift is niet meer geldig voor het voorschrijven van dure geneesmiddelen en de geneesheer of tandarts mag de medische verantwoording er niet op aanbrengen.

Er werd geen overbruggingsperiode voorzien, en op vraag stuurt het RIZIV de nieuwe modellen zeer snel op, weliswaar in beperkte hoeveelheid (maximum één blok per zorgverstrekker).

In geval van voorschrift van een duur geneesmiddel op het oud document – of bij het nalaten van het opgeven van de medische verantwoording op het nieuw -, is de sanctie tweevoudig :

a) de apotheker mag het dure geneesmiddel niet afleveren (maar hij mag wel de andere geneesmiddelen afleveren) en moet het niet conforme voorschrift bewaren en een kopie ervan overmaken aan de Dienst voor administratieve Controle van het RIZIV ;

b) de voorschrijver riskeert een forfaitaire boete van 2.500 euro per niet conform document (vermeerderd met aanvullende opdécimen, dwz vermenigvuldigd met zes in 2013) en een boete van 5.000 euro in geval van recidief binnen de drie jaar ;

Deze boeten lijken zeer hoog in verhouding tot het eerder administratieve karakter van de inbreuk, maar het Kabinet Onkelinx verantwoordt dit door het primerend belang voor de volksgezondheid.

« Vermits de apotheker het geneesmiddel wettelijk gezien niet mag afleveren riskeert de patiënt niet tijdig verzorgd te worden, met als gevolg dat de pathologie waarvoor het dure geneesmiddel werd voorgeschreven kan verergeren, hetgeen op zijn beurt tot een hospitalisatie zou kunnen leiden en dus tot bijkomende kosten voor de sociale zekerheid » verklaart dokter Lancet, raadgever van de minister.

Het is dus sterk aanbevolen om goed te controleren of het voorgeschreven geneesmiddel al dan niet deel uitmaakt van de « onnodig dure » geneesmiddelen.

Het koninklijk besluit geeft alleen een algemene definitie :« Het origineel geneesmiddel waarvan het octrooi verlopen is en waarvan ten minste één goedkope kopie of generiek verkrijgbaar is op de Belgische markt op het ogenblik van het voorschrift wordt als onnodig duur beschouwt » (art. 2, §3).

De twee voorwaarden zijn cumulatief : aldus is een origineel geneesmiddel waarvan de hoofdbestanddelen behoren tot het gemeengoed niet « onnodig duur » als er geen enkele goedkope kopie noch generiek op de Belgische* markt voorhanden is op het ogenblik van het voorschrift.

Hetzelfde geldt voor een duur geneesmiddel waarvan ten minste één van de actieve bestanddelen nog beschermd blijft door een octrooi : het wordt niet aanzien als « onnodig duur ».

De voorzichtige voorschrijver zal het niet nalaten om de beschikbare lijsten op het internet (die regelmatig geactualiseerd worden) te raadplegen ; in geval van twijfel is het aangewezen om de goedkoopste optie voor te schrijven of om de pertinente « medische verantwoording » aan te geven.

De farmaceutische bedrijven worden thans geconfronteerd met een corneliaanse keuze : sommige hadden hun eigen generieken ontwikkeld – lees, generieken van hun eigen originele moleculen – om zo het hoofd te bieden aan de commerciële generieken van hun concurrenten.

Inmiddels lijkt deze strategie zich tegen hen te keren : inderdaad, de aanwezigheid op de markt van een enkele generiek volstaat om de originele molecule te laten opnemen in de categorie van « onnodig dure geneesmiddelen ».

De directrice van pharma.be, Mathilde Crabbé, bestempelt de recente beslissing van de regering als « pure waanzin die de reeds ondankbare taak van geneesheren zal bemoeilijken, laboratoria zal verplichten om goedkope producten aan de markt te onttrekken en bedrijven die bereids zwaar getroffen waren door de stijgende loonkost in België ertoe zal aanzetten om te delokaliseren ».

Er werd beroep aangetekend bij de Raad van State door de speciaal hiertoe opgerichte Vlaamse Intercommunale Sanipharma vzw (V.I.S.) : wordt vervolgd…

Download : Bijlage 84.pdf
________________
* De geneesheren en tandartsen uit de grensstreek mogen gerust zijn…

No Comments »