Securimed derde betaler
  • Eerste tariferingsdienst van derde-betaler voor geneesheer-specialisten en tandartsen
  • Nazicht van de verzekerbaarheid van patiënten
  • Juridische bijstand in geval van vervolging door de DGEC (Dienst voor Geneeskundige Controle van het RIZIV)
  • Opvolging van betalingen door de VI

Het nieuwe artikel 150 van de GVU wet

31/03/2011 by Lth. D. HATZKEVICH

Ten gevolge van een onverwachtse wetswijziging voorgevallen op 19 mei 2010 (BS van 2 juni), heeft er een opwaartse herziening plaatsgevonden van het aantal personen met de plicht om inlichtingen of documenten kenbaar te maken die onderhevig zijn aan het medisch geheim.

Onverminderd de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie zijn de werkgevers, de verzekeringsinstellingen, de verzorgingsinrichtingen, de tariferingsdiensten, alsmede hun aangestelden of gevolmachtigden, de personen die de bij deze gecoördineerde wet omschreven geneeskundige verstrekkingen mogen verlenen, en de rechthebbenden ertoe gehouden de geneesheren-inspecteurs, de apothekers-inspecteurs[, en de verpleegkundigen-controleurs], en de sociaal controleurs alle inlichtingen en bescheiden te verstrekken welke zij ter uitoefening van hun controleopdracht behoeven. [Alle natuurlijke en rechtspersonen, alsmede hun aangestelden of gevolmachtigden, en in het bijzonder de producenten of leveranciers van medische apparatuur en  toestellen, van terugbetaalde geneesmiddelen en farmaceutische specialiteiten, en andere terugbetaalde producten, die inlichtingen of documenten onder zich hebben die de hierboven bedoelde inspecteurs behoeven voor de uitoefening van hun controleopdracht, zijn eveneens gehouden tot die verplichting.] De mededeling en het gebruik van die inlichtingen en bescheiden zijn afhankelijk gesteld van eerbiediging van het geneeskundig geheim.

Wat de verzekeringsinstellingen en de tarificatiediensten betreft, moet die mededeling van inlichtingen en stukken geschieden binnen een maximumtermijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van aanvraag.

Het oude art. 150 had tenminste de verdienste om een limitatieve lijst met personen te voeren; die het beroepsgeheim niet konden inroepen ten aanzien van een inspecteur van het RIZIV : dit brengt ons een keer te meer tot de volgende tegenstrijdigheid : een wettelijke bepaling met strafrechtelijke sanctionering – en dus van strikte interpretatie – wordt nogal vaag omschreven.

Potentieel is de financiële instelling van een geneesheer of tandarts – en zelfs de Orde van geneesheren – vatbaar om te vallen onder het toepassingsgebied van het nieuwe art. 150.

No Comments »

Ga uzelf niet aangeven bij de SMD !

29/03/2011 by Dr R. BOURGUIGNON

De Société de Médecine Dentaire (SMD) verspreid via haar elektronische nieuwsbrief Dent@l-Infos van 27 maart 2011 informatie volgens dewelke 998 tandartsen deze maandag of dinsdag een aangetekend schrijven zullen ontvangen van de DGEC.

Samengevat handelt het zich om de problematiek rond het percentage aan prestaties conserverende behandelingen voor eenzelfde tand, binnen een periode van een jaar, door dezelfde practicus.

Volgt een argumentatie volgens dewelke een onderscheid dient gemaakt te worden tussen « herattestering » en « herbehandeling », maar de SMD waarschuwt  :“certains imaginent peut-être pouvoir continuer ce petit jeu frauduleux”. (vrij vertaald : « sommigen denken misschien dat ze hun frauduleus spelletje verder kunnen zetten »).

Hierna wordt de tandarts in het vizier van de DGEC van het RIZIV uitgenodigd  tot « se faire connaître auprès de la SMD afin que nous puissions vous informer personnellement du suivi de ce dossier” en dient hij hiertoe “envoyer un mail à info@dentiste.be avec comme objet ‘SECM’ pour [se] faire connaître”.

Wees niet naïef !

De SMD is van oudsher een tegenstander van sociale tandartsen en haar voorzitter, Michel DEVRIESE, zetelt in de Kamer van eerste aanleg van het RIZIV, alsook bij de NCTZ, waar hij alle sociale tandartsen die door punt 8 van het NATZ 2009-2010 geviseerd werden, zonder de minste motivatie gekastijd heeft… om zich nadien te verheerlijken in de brede pers.

Stel u de vraag hoe het komt dat de SMD vòòr alle anderen op de hoogte was van deze zaak… en stel u vooral de vraag wat haar werkelijke bedoeling is !

Inmiddels heeft het VVT van haar kant ook een nieuwsbrief gestuurd aan haar leden betreffende deze aangelegenheid. We stellen vast dat het VVT, in tegenstelling tot de SMD, zich onthoudt van boude uitspraken, stemmingmakerij, en politieke propaganda.
______________
*De tandheelkundige verkiezingen van juni 2011 naderen, men moet leden werven en een maximum aan stemmen behalen door zich voor te doen als de « beschermer » van de tandartsen en door de Chambres Syndicales Dentiares (CSD) te kritikeren, over wie de SMD het volgende schrijft : “Nous ne nous étonnons qu’à moitié de cette enquête : l’INAMI avait été fortement choqué par un article de Thierry VANNUFFEL, ancien président des CSD et créateur du COD qui suggérait dans son journal le JOD une véritable ingénierie dans le pillage de la nomenclature. La profession appréciera cette irresponsabilité…”

No Comments »

Terugvordering van de ten onrechte betaalde prestaties en solidariteit : art. 164 van de GVU wet

25/03/2011 by Dr R. BOURGUIGNON

Onder de titel Terugvordering van de ten onrechte betaalde prestaties bepaalt artikel 164 van de GVU wet :

Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 142, § 1 en 146, is hij die, ten gevolge van een vergissing of bedrog, ten onrechte prestaties heeft ontvangen van de verzekering voor geneeskundige verzorging, van de uitkeringsverzekering of van de moederschapsverzekering, verplicht de waarde ervan te vergoeden aan de verzekeringsinstelling die ze heeft verleend. De waarde van de aan een rechthebbende ten onrechte uitgekeerde prestaties wordt terugbetaald door de zorgverlener, die niet over de vereiste kwalificatie beschikt of zich niet aan de wets- of verordeningsbepalingen heeft gehouden. Indien evenwel de erelonen met betrekking tot de ten onrechte uitgekeerde prestaties niet werden betaald, zijn de zorgverlener en de rechthebbende aan wie de verzorging werd verstrekt hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de ten onrechte uitgekeerde prestaties. De prestaties vermeld op getuigschriften, facturen of magnetische dragers, die niet werden ingediend of verbeterd overeenkomstig de in de terzake door de Koning of bij verordening vastgestelde modaliteiten, worden beschouwd als ten onrechte uitgekeerde prestaties en dienen derhalve te worden terugbetaald door de betrokken zorgverlener, dienst of inrichting.

De ten onrechte uitbetaalde prestaties van de verzekering voor geneeskundige verzorging die langs de derdebetalersregeling zijn betaald, moeten terugbetaald worden door de zorgverlener die de wets- of verordeningsbepalingen niet heeft nageleefd. Indien een natuurlijke persoon of een rechtspersoon de prestaties voor eigen rekening heeft geïnd, is deze samen met de zorgverlener hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling ervan. De Koning legt de regels vast waarop de ten onrechte uitbetaalde prestaties, die betrekking hebben op het in [artikel 95 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008] bedoeld budget van financiële middelen voor de ziekenhuizen, en die begrepen zijn in de bedragen die door de verzekeringsinstellingen in twaalfden worden uitbetaald, worden vastgelegd, aangerekend, teruggevorderd en geboekt.

De eerste paragraaf betreft dus de inning in contanten, de tweede langs de weg van de derdebetalersregeling.

In dit laatste geval voert de wet een solidariteit in tussen de zorgverstrekker (geneesheer, tandarts, enz.) en het persoon –  zei het fysiek of rechtspersoon – dat de erelonen ontvangen heeft voor eigen rekening, dwz als eindbegunstigde van de fondsen*.

In de praktijk wordt deze solidariteit toegepast aan de pro rata van het percentage bijgehouden door de innende partij : aldus, indien deze laatste 45% aan de zorgverstrekker afdraagt kan het RIZIV – na een beslissing van één van haar rechtscolleges – 55% terugvorderen bij de eerste en 45% bij de laatste.

Dat is waarom de inspecteurs van het RIZIV altijd aan de practici vragen wie de erelonen ontvangt en welke verhouding aan hen afgedragen wordt ; soms vragen ze zelfs naar de samenwerkingsovereenkomst.

De innende partij wordt dus vaak – maar vreemd genoeg niet altijd – tot verantwoording geroepen krachtens artikel 143 § 2, meer bepaald als de solvabiliteit van de zorgverstrekker twijfelachtig is :

[§ 2. De leidend ambtenaar of de door hem aangewezen ambtenaar brengt bij een ter post aangetekende brief de overtreder op de hoogte van de vastgestelde inbreuken die hem ten laste worden gelegd. Wanneer nodig, wordt dezelfde mededeling gedaan aan de fysieke of rechtspersonen, bedoeld in artikel 164, tweede lid.

De voornoemde mededelingen gebeuren bij een ter post aangetekende brief en worden geacht te zijn ontvangen de tweede werkdag na de datum van de verzending.

Hij nodigt de overtreder, [en waar nodig], de natuurlijke of rechtspersoon bedoeld onder artikel 164, tweede lid, uit hem binnen de twee maanden bij een per post aangetekende brief zijn verweermiddelen te bezorgen.]

In theorie kan deze innende partij haar verweermiddelen afzonderlijk laten gelden bij de administratieve rechtscolleges van het RIZIV, bijgestaan door een raadsman…

Men moet opmerken dat de solidariteit enkel de ten onrechte betaalde prestaties betreft, dus van burgerlijke aard, en niet de boete, van strafrechtelijke aard, ook al gaan sommige beslissingen van de leidend ambtenaar (ten onrechte) in die richting.

Natuurlijk kan de innende instelling van de erelonen een burgerlijke procedure opstarten tegen de zorgverstrekker die in de fout gegaan is, om de gelden te recupereren die zij verplicht werd terug te betalen aan het RIZIV, in het bijzondere als de samenwerkingsovereenkomst dat uitdrukkelijk voorziet.

Laat ons om te eindigen nog opmerken, dat de beschikkingen van de GVU wet, gezien hun openbare aard, een omgekeerde overeenkomst niet tegenstelbaar is aan het RIZIV : aldus kunnen de partijen niet overeenkomen dat de ten onrechte betaalde prestaties niet bij de zorgverstrekker teruggevorderd zullen worden, ook al « dekt » de innende instelling de zorgverstrekker (vaak voorkomend geval in de ziekenhuizen die geneesheren tewerkstellen onder het statuut van bediende).
_____________
* Wat bijvoorbeeld de Tariferingsdiensten uitsluit die de erelonen voor hun rekening innen, om deze hierna aan hun cliënt door te sturen : in dat geval transiteren de fondsen alleen op de rekening van deze Dienst.

No Comments »

Mobiele telefonie : welk is het beste tariefplan voor geneesheren en tandartsen ? Getuigenissen gevraagd…

24/03/2011 by Dr R. BOURGUIGNON

Terwijl de mobiele telefonie zich de laatste jaren op technisch vlak nauwelijks ontwikkeld heeft is dit in de verte niet het geval op gebied van haar commerciële evolutie.

Er is een explosieve groei geweest in het aantal en de complexiteit van tariefplannen – met als resultaat een ondoorzichtig kluwen*-, en parallel hieraan zijn « brokers » in mobiele telefonie op het toneel verschenen : dwz makelaarsmaatschappijen, die een groot aantal belminuten bij een van de drie grote operatoren afkopen** – waardoor ze genieten van lage tarieven – en die ze vervolgens… goedkoper dan deze laatsten op de markt brengen !

Het is trouwens moeilijk om te achterhalen of deze « brokers » een uitvloeing zijn van de drie grote operatoren, ertoe bestemd om de cliënten van de concurrentie « binnen te halen » zonder hun referentieoperator hierin te betrekken, of dat het zich werkelijk om authentieke onafhankelijke maatschappijen handelt.

Feit is dat de dag van vandaag een bikkelharde strijd gevoerd wordt op het front van de mobiele telefonie, elk van de drie grote operatoren tracht rechtstreeks of via « brokers » om zoveel mogelijk abonnees contractueel aan zich te binden.

Want in deze commerciële oorlog, wiens frontlijnen nog niet vastliggen, worden klanten met voorafbetaalde kaarten van het type Pay&Go nauwelijks gewaardeerd zolang ze van anonimiteit en bewegingsvrijheid genieten.

Mobiele telefonie is het voorbeeld bij uitstek van een product dat fenomenale grootschalige besparingen kan opleveren : of men nu beschikt over 50.000 klanten of over miljoenen, het onderhoud van het netwerk blijft hetzelfde… eens dat een bepaalde kaap bereikt is, kan de grotere de kleinere letterlijk « verpletteren » met een prijzenslag – en ze achteraf weer verhogen***!

Welk is dus momenteel het beste tariefplan voor een geneesheer of een tandarts ? Er zouden formules bestaan zoals 1.800 belminuten (30 uur) per maand aan 49 euro excl. BTW.

Wij lanceren een oproep aan getuigen binnen het medisch corps om de beste prijs-kwaliteit inzake mobiele telefonie te ontdekken : wat betaalt u voor welk aantal belminuten of -uren aan nationale gesprekken ?

Wijdt aub enkele minuten van uw kostbare tijd om uw collega’s te helpen (en ook uzelf bij de zelfde gelegenheid…). Wij zullen de resultaten kortelings bekend maken !
________________
* Men kan bijna stellen, dat om te genieten van het beste tarief men de markt gedurende uren en uren moet bestuderen… of simpelweg het geluk hebben van op het goede moment gecontacteerd te worden !
** Proximus, Base en Mobistar. Deze laatste lijkt gevangen te zijn tussen twee vuren, aan een kant de grootste (Proximus) en aan de andere kant de goedkoopste (Base), hetgeen hem ertoe noopt om een verwoede marketing te voeren, wat soms tot overlast kan zorgen. Logischerwijs zal de prijzenoorlog hem fataal worden en uitmonden in een duopolie Proximus-Base.
*** Het gratis bellen tijdens het weekend binnen een zelfde netwerk is ook een argument in het voordeel van de grootste operator : zijn netwerk is het grootste, en dus is het voordeel het grootst bij hem !

No Comments »